Meer stormen, minder voedsel voor wadvogels
In dit artikel:
Een NIOZ-team onder leiding van masterstudent Timo Keuning publiceerde deze maand in Ibis een analyse waaruit blijkt dat toegenomen westerstormen het foerageerareaal en de voedselvoorraad voor wadvogels zoals de kanoet aanzienlijk verminderen. De onderzoekers berekenden hoe gemiddelde waterstanden veranderen bij verschillende windrichtingen en -krachten en concentreerden zich vooral op sterke westenwinden tussen september en november. Bij laagtij bleek het droogvallende wad bij zulke stormen tot meer dan 50% te krimpen; op plekken met kokkels, nonnetjes en wadslakjes hadden kanoeten tot 44% minder van hun favoriete voedsel.
Met behulp van het WATLAS-systeem — extreem lichte radiozenders die locaties tot op de meter volgen — zagen ze ook gedragsreacties: in rustige omstandigheden zoeken kanoeten rond Griend beschutting vlak bij voedselelrijk terrein, maar bij de meest extreme waterstanden vliegen ze, ondanks harde tegenwind, naar het verder gelegen Richel om predatie door slechtvalken te vermijden. Harde wind drijft vogels bij Griend juist tegen de duintjes aan, waar risico’s toenemen.
Ecoloog Allert Bijleveld en promovenda Evy Gobbens benadrukken dat de directe impact op voedselopname en overleving nog nader onderzoek vereist, maar waarschuwen dat vaker voorkomende westerstormen, zoals klimaatmodellen voorspellen, waarschijnlijk leiden tot minder beschikbare voedselplekken, hogere concurrentie en uiteindelijk lagere aantallen kanoeten — een relatief onderbelicht gevolg van klimaatverandering naast de gemiddelde zeespiegelstijging.