Meer rechtszaken om mentale schade door klimaatverandering. RUG-wetenschapper: 'Jongeren worden direct en persoonlijk geraakt'
In dit artikel:
Nieuw onderzoek van onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen, onder wie Marlies Hesselman en Monique van Cauwenberghe, toont dat angst en stress over klimaatverandering — vaak aangeduid als eco‑angst — steeds vaker als juridisch argument worden gebruikt in klimaatrechtszaken. De studie, gepubliceerd in The Lancet, laat zien dat sinds ongeveer 2019 vooral jongeren mentale schade vaker aanvoeren in procedures tegen overheden en bedrijven. Zij spreken niet alleen over lichamelijke klachten door hitte of luchtvervuiling, maar ook over aanhoudende gevoelens van angst, machteloosheid en concrete belemmeringen in het dagelijks leven.
In Europa neemt het aantal klimaatzaken snel toe. In Nederland zijn bekende voorbeelden de Urgenda‑zaak en uitspraken dit jaar over de bescherming van Bonaire; ook procedeert Milieudefensie tegen Shell over nieuwe olie‑ en gasvelden. Juridisch telt zowel vorderingen om emissies te verminderen als eisen voor bescherming tegen gevolgen (zoals hitte of overstromingen) en claims voor schadevergoeding.
Volgens Hesselman is naar de rechter stappen mogelijk, maar niet eenvoudig: rechters vragen doorgaans aantoonbare, persoonlijke en concrete schade. Bij mentale schade ligt de bewijslat hoger; medische rapporten en concrete voorbeelden helpen. Procedures van organisaties slagen vaker omdat zij meer middelen en representativiteitskracht hebben, maar individuele verhalen zijn cruciaal om impact zichtbaar te maken. Een lopende zaak voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens — een man met MS die stelt dat hitte zijn gezondheid ernstig beperkt — illustreert hoe persoonlijke gezondheidsclausules in internationale rechtszaken getest worden.
Rechtszaken kunnen zowel directe juridische maatregelen als bredere maatschappelijke druk opleveren; onderzoek waarschuwt tegelijk dat snelle actie nodig is om de opwarming tot 1,5°C te beperken. Kortom: mentale gezondheid wordt een steeds belangrijker instrument in de juridisering van klimaatverandering, maar succes hangt sterk af van bewijs en strategische inzet.