Meer moeras is goed voor de verdediging van Europa tegen de Russen én voor het klimaat, zegt Nederlandse 'veenpaus' Hans Joosten

dinsdag, 23 september 2025 (11:12) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Hans Joosten, emeritus hoogleraar veengebieden en paleo-ecologie—bekend in vakkringen als de “veenpaus”—pleit ervoor om uitgerafelde en deels nog natte veenmoerassen langs de oostflank van de NAVO (van het noorden van Finland tot de Poolse grens met Oekraïne) bewust als verdedigingslinie te gebruiken. Zijn betoog combineert militaire, ecologische en economische argumenten: herstelde veengebieden zijn moeilijk begaanbaar voor zware tanks en voertuigen, helpen CO2-emissies sterk terug te dringen en vergroten biodiversiteit, terwijl ze tegelijkertijd nieuwe landbouw- en opbrengstmogelijkheden bieden.

Joosten, die een leven lang veengebieden bestudeerde en talloze publicaties en boeken bezit, wijst op historische en recente voorbeelden. In het verleden werden inundaties (zoals de Hollandse Waterlinie) militair gebruikt; recent in Oekraïne brak het leger een dam om Russische voorhoedes in modder en moeras vast te laten lopen. Tegelijkertijd tonen incidenten het gevaar en de ondoorgrondelijkheid van zulke landschappen: vier Amerikaanse militairen kwamen om bij een training in een Litouws moeras en migranten zijn langs de grens met Polen en Wit-Rusland in moerasgebied verdronken of vastgelopen.

Een belangrijke prikkel voor Joosten is klimaatbeleid: volgens hem levert het droogleggen van venen wereldwijd circa 5 procent van de CO2-uitstoot op — het dubbele van de totale luchtvaartuitstoot — en vernatten (het weer onderwater zetten) van veengebieden zou daarom snel moeten gebeuren. Joosten stelt dat het technisch gezien vaak een kwestie van dagen is om waterstanden te verhogen, maar dat de politieke en sociale obstakels groot zijn. Boeren die op ontwaterde venen akkerbouw bedrijven zouden hun grond (deels) kwijtraken, wat tot weerstand leidt. Als alternatief promoot hij de omschakeling naar teelten die bij natte venen passen, zoals lisdodde en riet, die kunnen dienen als isolatie- en bouwmateriaal of als biomassa voor papierproductie.

De recente versterking van de NAVO-oostflank — met miljarden aan infrastructuurinvesteringen, grenshekken door Polen en de aankondiging van sommige landen om zich terug te trekken uit het anti-landmijnenverdrag — maakt Joosten’s idee actueel: mijnen zijn agressief en blijvend gevaarlijk, venen werken defensief en relatief vriendelijk voor landschap en samenleving. Toch vraagt zo’n aanpak om draagvlak; Joosten benadrukt dat harde wetenschappelijke feiten alleen niet genoeg zijn: emotie en verhalen zijn nodig om mensen en politici te overtuigen van het nut van veenherstel.

Na een carrière vol veldwerk, klimaatafspraken en beleidsadvies ziet Joosten dat veenland weer serieus wordt genomen — eerst door klimaatdoelen, nu ook door veiligheidszorgen. Hij pleit voor slimme combinaties van natuurherstel, klimaatmaatregelen en lokale economische transitie zodat veengebieden zowel ecologisch als strategisch hun waarde terugkrijgen.