Meer laatbetalers in beeld, maar hulp komt minder vaak van de grond
In dit artikel:
Zorgverzekeraars, energie- en waterbedrijven en verhuurders stuurden in 2025 meer vaak-zogenoemde vroegsignalen naar gemeenten over inwoners die te laat betalen: het totaal kwam uit op 975.000 meldingen, een stijging van 3 procent ten opzichte van een jaar eerder. Meerdere meldingen kunnen over hetzelfde huishouden gaan; meer dan de helft betreft achterstanden tussen ongeveer €250 en €1.000.
Gemeenten moeten contact opnemen en vroeg ingrijpen, omdat achterstanden vaak wijzen op bredere problemen en sneller oplosbaar zijn in een vroeg stadium. Uit onderzoek van Divosa blijkt echter dat dit systeem onder druk staat: gemeenten krijgen veel meldingen binnen en hebben beperkte capaciteit, waardoor wachttijden voor schuldhulp oplopen en soms mensen die zelf om hulp vragen achteraan raken.
De respons van inwoners is laag: slechts één op de vijf reageert op de gemeentelijke benadering. Telefonisch contact heeft de meeste impact (in zo’n 60% van de pogingen ontstaat contact), schriftelijke berichten scoren slecht (circa 7%). Als gemeenten wel in contact komen, accepteert maar ongeveer een derde van hen de aangeboden hulp — dat is neerkomend op zo’n 6% van alle vroegsignalen — en het acceptatiepercentage daalt ten opzichte van vorig jaar. Vaak wordt advies of een betalingsregeling aangeboden, maar het is onduidelijk of dat op lange termijn helpt.
Onderzoekers noemen vroegsignalering belangrijk om escalatie te voorkomen, maar waarschuwen dat bereik en diepgang van hulp moeten verbeteren. Er loopt verder onderzoek naar de vraag of vroegsignalering daadwerkelijk leidt tot lagere schulden. Tegelijkertijd steeg de armoede licht in 2024; Nederland telde toen 551.000 mensen onder de armoedegrens, met name gezinnen met kinderen die vaker geld tekortkwamen.