Nederlandse energiebedrijven leveren vaker voor stroomtekorten buitenland, uitstoot stijgt: 'Toch is het systeem zo bedoeld'
In dit artikel:
Nederlandse CO2-uitstoot steeg in 2025 naar ongeveer 72 megaton, een toename van 2,3% ten opzichte van 2024. Volgens het jaarrapport van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) is die stijging vrijwel volledig toe te schrijven aan de energiesector: elektriciteitscentrales produceerden meer, deels op kolen, om tekorten in buurlanden op te vangen. De uitstoot van de energiesector nam met circa 15% toe, waarbij kolencentrales meer dan de helft van die extra uitstoot veroorzaakten (ongeveer 1,9 megaton). Dat gebeurde ondanks dat de Amercentrale sinds vorig jaar geen steenkool meer mocht gebruiken.
De extra vraag naar Nederlandse stroom ontstond door onderhoud aan kerncentrales in België en tegenvallende opbrengsten van wind- en waterkracht in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. Omdat het Europese net landen onderling verbindt en Nederland volgens afspraken voorrang moet geven aan buren, liepen Nederlandse emissies op terwijl de totale CO2-uitstoot in Europa juist met zo’n 1,3% daalde. NEa-directeur Mark Bressers stelt dat deze kruislandse handel precies werkt zoals het emissiehandelssysteem bedoeld is.
De NEa houdt toezicht op de naleving van het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) en controleert of de grootste vervuilers voldoende emissierechten kopen. De opbrengst uit veilingen leverde Nederland in 2025 bijna 923 miljoen euro op (ongeveer 2% van het Europese totaal); een deel daarvan gaat naar Europese klimaatfondsen en een deel naar de Nederlandse schatkist. Volgens Bressers blijft het ETS de hoeksteen van het klimaatbeleid.
Buiten de energiesector waren er wel positieve ontwikkelingen: de chemische industrie verminderde de uitstoot met 1,3 megaton, deels door lagere productie en het verplaatsen van productielijnen door hogere energie- en netwerkkosten. De luchtvaart verminderde de uitstoot met ongeveer 4% tot net onder de 3 megaton; het gebruik van duurzame vliegtuigbrandstof nam verdrievoudigd toe tot bijna 166 kiloton, mede door tijdelijke financiële stimuleringsmaatregelen. De zeevaart, sinds kort binnen het ETS, noteerde een lichte daling naar 7,1 megaton, maar die cijfers blijven grillig doordat scheepvaart deels havens buiten het ETS kiest.
Ondernemers zien de NEa en het ETS soms als kostendrukkers; een voorgenomen Nederlandse CO2-heffing is na protesten geschrapt, maar werkgevers zeggen dat extra nationale lasten bedrijven naar het buitenland drijven. Politieke en lobbyactiviteiten, bijvoorbeeld rond nieuwe Amerikaanse importheffingen, tonen dat concurrentiepositie en kosten voor bedrijven blijvende aandachtspunten blijven.