Meer kalk, minder elastieken mezenpootjes
In dit artikel:
Onderzoeker Arnold van den Burg (bureau Biosphere) ziet in Nederlandse bossen een direct verband tussen hoge stikstofdepositie en mezenkuikens met verzwakte, vaak gebroken pootjes door calciumtekort. Al vijf jaar signaleerde hij dit probleem; door stikstof uit landbouw, verkeer en industrie veranderen bodemchemie en voedingsstoffen: enerzijds treedt overbemesting op, anderzijds verzuren bodems waardoor huisjesslakken en andere bronnen van kalk minder calcium opnemen. Daardoor slagen oudervogels er steeds slechter in stevige eischalen te maken en hun jongen van voldoende kalk te voorzien.
Als korte-termijnmaatregel testte Van den Burg schelpenkalk strooien in bossen rond Ede. In bijna de helft van de onderzochte nestkasten trof hij eerder kuikens met wat hij “elastieken pootjes” noemt; na eind-winter bekalking daalde dat aandeel het volgende voorjaar tot minder dan 10 procent. Ook op langere termijn zijn positieve effecten zichtbaar: in het Ginkelse bos nam 3,5 jaar na bekalking het aantal glansslakjes — belangrijke kalkleveranciers voor zangvogels — duidelijk toe, en de samenstelling van mezen verschuift weer in het voordeel van grotere soorten zoals koolmezen.
Van den Burg benadrukt dat bekalken geen structurele oplossing is maar een noodzakelijke noodreparatie: het tegengaan van bodemverzuring helpt snel, maar zolang de stikstofemissies niet substantieel verminderen blijft het ecosysteem kwetsbaar en duurt herstel van de chemische verhoudingen jaren. Als referentiegebied gebruikt hij het Franse Plateau de Millevaches, waar vergelijkbare bosbodems zonder hoge stikstofdepositie veel minder gevallen van slappe pootjes laten zien.
Conclusie: strooien van schelpenkalk biedt een effectieve en direct merkbare verbetering voor broedvogels en bodemleven, maar de enige duurzame uitkomst vereist dat de “stikstofkraan” aanzienlijk wordt dichtgedraaid.