Meer fietsers rijden harder, dus wordt er met een maximumsnelheid getest
In dit artikel:
Op het 130 meter lange fietspad Fossa Iberica bij winkelcentrum Castellum in Houten start maandag een proef met een tijdelijke maximumsnelheid van 20 km/u. De test, die tot volgende week vrijdag duurt, moet uitwijzen of zo’n limiet bijdraagt aan meer rust en veiligheid op drukke fietspaden waar dagelijks meer dan duizend fietsers passeren en waar sinds 2023 meerdere ongevallen zijn geregistreerd. De proef wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W); camerabeelden legden vorige week de situatie zonder limiet vast zodat de verschillen later vergeleken kunnen worden.
Onderzoekers en gemeente zullen tijdens de proef op verschillende momenten met laserguns snelheden meten en fietsers die harder rijden aanspreken, maar er worden geen boetes uitgedeeld omdat er momenteel geen wettelijke maximumsnelheid voor fietsen bestaat. Als de limiet effectief blijkt, is het niet de bedoeling die landelijk in te voeren; gemeenten mogen zelf bepalen of ze zo’n maatregel toepassen. In het najaar volgt een vergelijkbare proef op een nog te bepalen locatie in Amsterdam, en het ministerie bereidt voor de zomer aanvullende tests voor.
Verkeerspsycholoog Dick de Waard schetst als kernprobleem de grote snelheidsverschillen tussen fietsers, waardoor mensen — vooral ouderen — schrikken wanneer ze worden ingehaald. Hij wijst erop dat de groep die harder rijdt de laatste jaren is gegroeid, deels door de opkomst van elektrische (bak)fietsen en fatbikes. Tegelijkertijd plaatsen experts vraagtekens bij de uitvoerbaarheid van handhaving: fietsen hebben geen kenteken en veel fietsers weten niet precies hoe snel ze gaan, zodat handhaving en beboeting praktisch lastig zijn. Marco te Brömmelstroet noemt een snelheidlimiet daarom een slecht werkbaar instrument; volgens hem waren grote snelheidsverschillen al mogelijk zonder elektrische ondersteuning.
De Fietsersbond benadrukt dat verschillende gebruikersbehoeften meespelen: sommige mensen willen rustig naast elkaar fietsen, anderen willen snel naar werk of sporten. Kees Bakker van de bond pleit voor bredere fietspaden zodat die uiteenlopende behoeften beter bediend kunnen worden. Ook Te Brömmelstroet signaleert dat ruimtegebrek een groter probleem is en adviseert snelheidverlaging voor auto’s op meer wegen, zodat de openbare ruimte minder door gevaarlijke voertuigen wordt gedomineerd en variatie in fietssnelheden mogelijk wordt.
Het ministerie erkent dat verbreding van fietspaden de beste oplossing is, maar noemt dat vaak kostbaar en tijdrovend; daarom test men tijdelijk een snelheidslimiet als aanvullende maatregel. De proef moet vooral inzicht geven in de effectiviteit van zo’n limiet op het terugdringen van snelheidsverschillen en in de praktische haken en ogen van handhaving.