Meer dan 2.500 mensen in Nederland zijn honderd jaar of ouder
In dit artikel:
Begin 2026 telde Nederland 2.551 honderdplussers, blijkt uit gegevens van het CBS. Ruim vier op de vijf van hen zijn vrouwen (82 procent). Het aantal honderdjarigen lag in 2021 voor het eerst boven de 2.500 en is sindsdien min of meer stabiel gebleven.
Van die 2.551 personen waren er 1.104 precies 100 jaar oud; 666 waren 101, 372 waren 102 en iets meer dan 400 mensen waren 103 jaar of ouder. De kans om de eeuw te halen is de afgelopen anderhalve eeuw sterk toegenomen: van wie geboren is tussen 1812–1850 werd gemiddeld 13 per 100.000 mensen 100+, terwijl dat bij geboorten tussen 1920–1923 ruim 700 per 100.000 is.
Het verschil tussen mannen en vrouwen in overleving naar hoge leeftijd is door de tijd heen groter geworden, met name tussen 1950 en 1970 — onderzoekers wijzen op roken bij mannen als belangrijke factor. Regionale geboorteverschillen zijn zichtbaar: relatief veel honderdplussers komen uit Zeeland, de Randstad, Drenthe, Groningen en Friesland; Zuid-Limburg scoort laag. Kijken naar waar honderdplussers nu wonen of overleden zijn geeft een ander beeld: Utrecht, het Gooi en Vechtstreek en de Veluwe huisvesten relatief veel honderdjarigen.
Migratie versterkt zulke regionale patronen: gezondere en welvarendere mensen trokken vaker naar economisch sterkere gebieden, wat hun sociale positie en gezondheid kon verbeteren. Deze demografische verschuivingen hebben gevolgen voor lokaal ouderenbeleid, zorgvoorzieningen en pensioenplanning.