Meer dan 100 foute Nederlandse vlindernamen gewijzigd
In dit artikel:
Ruim honderd Nederlandse nacht- en microvlindernamen zijn aangepast omdat ze verwarrend of feitelijk onjuist bleken, meldt de Vlinderstichting. De wijzigingen, bekendgemaakt in het najaar van 2024, betreffen gewone Nederlandse (vernaculaire) namen die niet overeenkwamen met de werkelijke kenmerken, leefplek of waardplanten van de soorten.
Een werkgroep van vlinderexperts, ondersteund door meldingen van vrijwilligers, stelde een lijst op en wijzigde alleen namen waarbij echt iets feitelijks niet klopte — niet om esthetische redenen. Voorbeelden: de Limburgse fluweelpalpmot blijkt niet in Limburg voor te komen; de grote bandpalpmot is juist de kleinste van zijn groep; de muurtastermot leeft vooral op anjers in plaats van op muren. Ook kregen enkele recente nieuwkomers in Nederland nu een naam.
Bij hernoemingen is gekozen voor herkenbare, kenmerkende eigenschappen. Zo werden de antennekleuren van twee naaldkwastjes rechtgezet en hernoemd naar voorjaars- en zomernaaldkwastje; de zevenbladmot heet voortaan lijnpuntneusje omdat de rups op andere planten werd gevonden en de vlinder vooral een puntige 'neus' heeft. Nachtvlinderonderzoeker Tymo Muus benadrukt dat namen alleen veranderen als ze feitelijk misleidend zijn, en dat de aanpassingen bedoeld zijn om de drempel te verlagen voor mensen die minder thuis zijn in de natuur.
De namen van dagvlinders — de opvallende dagvlinders die men vaak ziet — blijven ongewijzigd. De herziening moet verwarring verminderen en de communicatie met publiek en vrijwilligers verbeteren, wat ook nuttig is voor observatie- en onderzoeksgegevens.