Meer buitenlandse werknemers in uitzendbanen, maar voor Polen is thuisblijven steeds aantrekkelijker
In dit artikel:
Meer dan de helft van de uitzendbanen in Nederland wordt momenteel door mensen bezet die in het buitenland zijn geboren en minder dan acht jaar in Nederland wonen, blijkt uit cijfers van het CBS. Van de circa 407.000 uitzendfuncties die ruim 2300 uitzendbureaus aanbieden, was vorig jaar iets meer dan 52 procent in handen van dergelijke buitenlandse krachten — ruim het dubbele van het aandeel in 2014 (26 procent).
De groei hangt samen met de krapte op de arbeidsmarkt: werkgevers zoeken personeel over de grens en vinden vaak tegen lagere kosten werknemers die bereid zijn taken te doen waar veel Nederlanders niet voor kiezen, zoals in distributiecentra, de industrie, slachterijen, transport en kassen. Grote uitzendbureaus werken het meest met buitenlandse medewerkers. Polen leveren met ruim 82.000 veruit de meeste uitzendkrachten, gevolgd door Roemenen en Oekraïners. Van de Oekraïense vluchtelingen heeft ongeveer 60 procent een baan; een derde daarvan werkt via een uitzendbureau — zij hebben doorgaans geen werkvergunning nodig.
Tegelijk ontstaan knelpunten: Nederlandse werkgevers merken dat Poolse arbeidskrachten door hogere lonen thuis soms niet terugkeren. Huisvesting is een veelgenoemd probleem — schaarste en slechte kwaliteit (kleine, beschimmelde of ongunstig gelegen woningen) — ondanks nieuw afgesproken normen zoals minimaal 15 m² per persoon. Veel migranten zijn afhankelijk van hun werkgever voor woonruimte en krijgen daarover looninhoudingen; huurprijzen liggen vaak boven de marktwaarde.
De situatie zet beleidsmakers voor een dilemma: blijven bedrijven aangewezen op buitenlandse uitzendkrachten of moet er strenger toezicht en regelgeving komen om uitbuiting en slechte huisvesting tegen te gaan. Ondertussen neemt de overheid ook vaker maatregelen tegen dakloze arbeidsmigranten, onder andere via controles op stations.