Meer bestuivers in agrarisch gebied? Bloeiende gewassen helpen mee

maandag, 20 april 2026 (14:05) - NatureToday.nl

In dit artikel:

Wageningen University & Research (WUR) concludeert dat het telen van bloeiende gewassen op akkers een waardevolle aanvulling kan vormen op bestaande habitatmaatregelen voor bestuivers in Nederland. Waar bloemstroken, hagen en andere structuren al jaarrond voedsel, nestplaatsen en schuilplekken bieden, leveren bloeiende gewassen op korte termijn veel nectar en stuifmeel en trekken zo extra bestuivers naar landbouwpercelen.

Uit een inventarisatie van meer dan dertig bloeiende gewasgroepen blijkt dat dergelijke teelten vooral algemene landbouwbestuivers ondersteunen, zoals hommels, bepaalde zandbijen en zweefvliegen (bijv. blinde bij, snorzweefvlieg). Meerjarige fruitteelten (appel, peer) springen eruit door hun grote areaal en langere bloeiperiode, en klaver levert zowel veel voedsel voor hommels als voor enkele gespecialiseerde soorten (zoals de donkere klaverzandbij). Minder gangbare gewassen en innovaties—zoals huttentut, mosterd, zonnekroon, erwt, kikkererwt en onderzaai in mais—kunnen het voedselaanbod verder verbreden maar vragen nog praktische uitwerking. Ook vanggewassen die laat bloeien (koolzaad, veldbonen, lupine, boekweit) blijken van toegevoegde waarde, met name voor soorten die als volwassen insect overwinteren.

Een specifieke WUR-studie naar boekweit (2020–2024) laat zien dat boekweitteelt bijdraagt aan herstel van wilde bestuivers, vooral wanneer het meerdere jaren op een locatie voorkomt. Percelen met herhaalde boekweitteelt trokken meer hommels en in de omgeving werden tot twee à drie keer meer bestuivers aangetroffen dan bij locaties zonder boekweit; dit effect was al vóór de bloei zichtbaar, wat wijst op populatieopbouw over jaren. Honingbijen uit geplaatste kasten bleken vooral lokaal te blijven en veroorzaakten geen duidelijke verstoring van bestuivers in omliggende natuur of landbouwgebieden, wat suggereert dat beperkte bijenkastenplaatsing voor boekweit niet per se schadelijk is voor wilde soorten.

WUR benadrukt dat bloeiende gewassen geen op zichzelf staande oplossing zijn: ze bieden tijdelijke voedselpieken en zijn het meest effectief binnen een bredere natuurinclusieve aanpak waarin voedsel, nestgelegenheid en continuïteit gecombineerd worden. Voor boeren en beleidsmakers betekent dit dat inzet op bloeiende teelten rendement kan hebben voor bestuiverherstel, mits geïntegreerd met andere maatregelen.