Meditatie: Verlost
In dit artikel:
In een overdenking uit 1692, geschreven door de Arnhemse predikant Kasparus Alardin, wordt Deuteronomium 33:29 uitgelegd als een beschrijving van de hoogste gelukzaligheid van Israël: een volk dat door de HEERE is verlost. Die verlossing bestaat volgens de tekst in Christus’ geschonken gerechtigheid, die de kerk „klederen des heils” noemt. Gods kinderen behoren daardoor aan Hem toe en ontvangen Hem als hun Schild tegen Gods toorn, de vloek van de wet, satan en andere vijanden. Tegelijk is Hij hun zwaard, waarmee Hij hen laat overwinnen en tot heerlijkheid verheft. De schrijver vraagt vervolgens wie aan deze zaligheid deel krijgt. Aan de hand van Davids uitspraak over de gelukzalige mens benadrukt hij dat het niet om afkomst of maatschappelijke status gaat: zowel eenvoudige, geringe mensen als aanzienlijken, rijken en armen worden genoemd. Ware gelukzaligheid ligt uiteindelijk in Gods verlossing en gerechtigheid.
Vandaag Inside: Estavana Polman stellig over babynaam In de Wandelgangen: ‘Dat wordt het niet…’