Meditatie: Goede Vrijdag
In dit artikel:
Direct na de begrafenis van Jezus in het rotsgraf van Jozefs hof vragen de joodse leiders — overpriesters, schriftgeleerden en farizeeën — de stadhouder Pilatus om het graf te verzegelen en te bewaken. Ze vrezen dat Jezus’ eigen voorspelling dat Hij “na drie dagen” zou opstaan bewaarheid wordt en willen dat verhinderen. Pilatus stemt toe: er komt een zegel op de steen en soldaten houden de wacht. Ds. C. van den Oever (predikant te Rotterdam) gebruikt deze gebeurtenis (uit Matteüs 27:66) om te benadrukken dat mensenmiddelen tekortschieten tegenover Gods plannen. Hij wijst erop dat juist de vijanden van Christus zich Zijn woord het beste herinnerden, terwijl Zijn volgelingen en de vrouwen bij het graf een engel nodig hadden om aan de belofte herinnerd te worden. Net zoals de Filistijnen Simson niet konden binden, zo konden zegel, steen en wachters Jezus’ opstanding niet tegenhouden: menselijke macht faalt tegenover de goddelijke wil. De beschouwing komt uit zijn bundel “Feeststoffen” (1859) en richt zowel op de historische handeling van het verzegelen als op de theologische les dat Gods doel niet door menselijke maatregelen wordt geblokkeerd.