Meditatie: God zien

maandag, 23 februari 2026 (08:07) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Augustinus citeert Bijbelteksten (1 Johannes 3:2, Mattheüs 18:10, de idee van „door een spiegel in een duistere rede”) om te reflecteren op de vraag hoe de heiligen God zullen aanschouwen na de openbaring. Hij stelt dat de belofte bestaat dat gelovigen bij Christus’ openbaring Hem zullen gelijk zijn en Hem zullen zien, ook in hun herrezen, „geestelijke” lichaam. Tegelijk erkent hij de grens van menselijke rede: of dat zien op dezelfde manier plaatsvindt als ons zicht op zon, maan of aarde is een moeilijk en onbeantwoordbaar vraagstuk. Augustinus weigert speculatieve zekerheid en houdt zich aan wat het geloof leert — hij spreekt vanuit vertrouwen, niet vanuit zichtbare kennis. (Uit: De stad Gods, ca. 426; Augustinus, bisschop van Hippo.)