Massa's stempassen voor arbeids- en kennismigranten belanden bij het oud papier

woensdag, 11 maart 2026 (11:15) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Op 18 maart 2026 stemmen gemeenten; in aanloop daar naartoe signaleren politici, onderzoekers en belangenorganisaties dat een steeds groter deel van het kiespubliek uit arbeids- en kennismigranten (internationals) bestaat, maar dat deze groepen nauwelijks naar de stembus gaan. Het artikel (11 maart 2026) richt zich vooral op Den Haag, Amsterdam en de Brainportregio rond Eindhoven en schetst waarom deelname laag is en wat er gebeurt om dat te veranderen.

Wie en waar: steden als Amsterdam (ongeveer 100.000 internationals), Den Haag (ruim 50.000) en de regio Eindhoven (circa 25.000) huisvesten grote aantallen buitenlandse inwoners. EU-burgers die in Nederland staan ingeschreven mogen lokaal stemmen; niet-EU-burgers krijgen dat recht na minimaal vijf jaar legaal verblijf. In sommige steden bestaat een substantiële groep potentiële kiezers uit mensen zonder Nederlands paspoort: in Amsterdam heeft 17% van het electoraat geen Nederlands staatsburgerschap.

Wat en waarom stemmen ze niet: participatie is laag door een mix van oorzaken. Internationals blijven vaak in hun eigen sociale netwerken en missen informatie over stemmen en partijprogramma’s in het Engels. Tegelijk zijn partijen terughoudend geworden om zich expliciet als vertegenwoordiger van internationals te profileren, omdat het migratiedebat politiek gevoelig is en men bang is traditionele kiezers te verliezen. Ook speelt toegenomen anti-niet-Nederlander-sentiment een rol: zowel hoger betaalde kenniswerkers als laagbetaalde arbeidsmigranten ervaren uitsluiting of openlijke vijandigheid. Dit alles leidt tot ondervertegenwoordiging en politieke desinteresse, terwijl de economie en de arbeidsmarkt steeds afhankelijker raken van buitenlandse arbeidskrachten (CBS: één op de zeven banen wordt vervuld door iemand die in het buitenland is geboren).

Concrete voorbeelden en cijfers: in de Haagse wijk Laak ontvingen ongeveer achtduizend internationals een stempas, maar de opkomst in 2022 lag voor de wijk rond de 22,5 procent. Onderzoek van Haagse Hogeschool & Emma (2023) toont dat veel internationals wél binding voelen en overwegen te blijven, maar afhaken bij deelname door gebrek aan informatie en afstand tot lokale politiek.

Reacties en initiatieven: sommige partijen en organisaties zetten bewust in op inclusie. In Den Haag organiseerde Stichting Wijkoverleg Statenkwartier een bijeenkomst met twaalf politieke vertegenwoordigers voor internationals. D66 voert in steden actief stadsgesprekken en biedt programma’s in meerdere talen; Erik Schmit (D66 Amsterdam) organiseert rondleidingen, huiskamerbijeenkomsten en gemeentelijke uitleg in zeven talen. In Laak zijn verkiezingsteksten huis-aan-huis vertaald in vijf talen. In Eindhoven bestaan Engelstalige radioprogramma’s en netwerkondersteuning voor internationals; Supriya Vij werkt lokaal aan begeleiding en stelde zich als CDA-kandidaat verkiesbaar om internationaal perspectief in de raad te brengen.

Deskundigen: econoom Malgorzata Bos-Karczewska en onderzoeker Dolly Loomans benadrukken dat migratie geen tijdelijk fenomeen meer is en dat gemeenten het politieke en sociale inbeddingvraagstuk structureel moeten aanpakken. Bos-Karczewska: “It takes two to tango” — zowel politiek als internationals moeten stappen zetten om elkaar te vinden.

Kernvraag en conclusie: de uitdaging is niet alleen stemmen van internationals mogelijk te maken, maar hen echt in de lokale democratie te integreren. Dat vergt gerichte informatievoorziening, meertalige bereikbaarheid en politieke inzet, én bereidheid van internationals zelf om deel te nemen. Zonder die tweezijdige aanpak blijft een groeiende groep inwoners structureel ondervertegenwoordigd, terwijl hun aanwezigheid van wezenlijk belang is voor economie, huisvesting en stadsleven.