Massa-executies, verkrachtingen en vluchtelingen: oorlog Soedan duurt drie jaar
In dit artikel:
Drie jaar na het uitbreken van de burgeroorlog in Soedan is een eind aan het geweld niet in zicht. De strijd, die drie jaar geleden begon als een machtsconflict tussen legerleider Abdel Fattah al-Burhan (SAF) en paramilitair leider Mohamed Hamdan Dagalo (RSF), escaleerde toen zij het oneens raakten over de rol van de RSF in een nieuw staatsleger. Sindsdien voeren SAF en RSF hevige gevechten om controle over steden en regio’s, met verwoestende gevolgen voor de bevolking.
Meer dan elf miljoen mensen zijn volgens de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR ontheemd geraakt, binnen Soedan of in buurlanden als Egypte, Tsjaad, Zuid-Soedan en Libië. Vluchtelingen leven vaak in geïmproviseerde tenten zonder voldoende schoon water, medische zorg of toegang tot hulpgoederen. Door de gevechten is ook landbouwgrond verwoest, wat heeft bijgedragen aan een acute voedselcrisis: hulporganisatie Care meldt dat bijna 28,9 miljoen mensen — ongeveer de helft van de bevolking — nu honger lijdt, en ruim 10 miljoen kampen met extreme voedselonzekerheid.
Etnische spanningen verergeren het conflict. De RSF, grotendeels samengesteld uit Arabische groepen, wordt beschuldigd van aanvallen op niet-Arabische gemeenschappen. Na de achttien maanden durende belegering en uiteindelijk inname van El Fasher in oktober 2025 concludeerde een VN-onderzoekscommissie dat er mogelijk sprake is van genocide. Het Internationaal Strafhof heeft bovendien oorlogsmisdaden vastgesteld, waaronder massa-executies, verkrachtingen en willekeurige detenties; de RSF ontkent de beschuldigingen. Ook het regeringsleger krijgt beschuldigingen te verduren: de Verenigde Staten beschuldigen SAF onder meer van het inzetten van chemische wapens.
De crisis is verder verhevigd door inmenging van regionale machten: de Verenigde Arabische Emiraten steunen de RSF met wapens en vormen een afzetmarkt voor Soedanees goud, terwijl Saoedi-Arabië en Qatar het regime lijken te steunen. Het regime zou ook wapens hebben betrokken uit Turkije, Iran en Rusland. Egypte, bezorgd over de opmars van de RSF, heeft een luchtmachtbasis aan de grens beschikbaar gesteld waarnaar berichten wijzen op inzet van Turkse drones voor aanvallen op RSF-doelen.
Door deze mix van binnenlandse rivaliteit en buitenlandse belangen blijven onderhandelingen moeizaam en groeit het pessimisme over een snelle oplossing van de grootste humanitaire crisis ter wereld.