Martelingen en totale rechteloosheid: Israël zet zijn gevangenissen in als wapen tegen de Palestijnse samenleving
In dit artikel:
Ruim 9.300 Palestijnen zitten momenteel vast onder Israëlisch gezag; veel van hen – waaronder vrouwen, kinderen, ouderen en zieke patiënten – zonder aanklacht of eerlijk proces. Het artikel plaatst die massale detentie in een breder systeem van repressie dat volgens mensenrechtenorganisaties bedoeld is om Palestijnse samenleving en verzet te breken.
Centraal staat het verhaal van kinderarts Hussam Abu Safiya uit Gaza. Eind 2024 filmde hij de chaos nadat het Kamal Adwan-ziekenhuis meerdere keren door Israëlische aanvallen werd getroffen; personeel en patiënten, ook pasgeborenen, moesten in zwaar beschadigde omstandigheden behandeld worden. Toen Israëlische troepen het ziekenhuis omsingelden op 27 december 2024 werd Abu Safiya gearresteerd. Hij werd in militaire kampen als Sde Teiman (vergelijkd met Guantanamo door experts) en later Ofer vastgehouden, aanvankelijk als “unlawful combatant”. Tijdens detentie verloor hij tientallen kilo’s, onderging mishandelingen en leed aan ernstige gezondheidsklachten. Humanitaire organisaties voeren campagne voor zijn vrijlating en waarschuwen voor zijn verslechterende gezondheid.
De casus van Abu Safiya illustreert bredere patronen die organisaties als B’Tselem, Addameer, Defence for Children International-Palestine en de VN documenteren. Sinds 1967 zijn naar schatting meer dan 800.000 Palestijnen gedetineerd; sinds 7 oktober 2023 alleen al werden circa 21.000 mensen van de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem opgepakt. Huidige cijfers tonen ruim 9.300 gevangenen, waarvan maar een klein deel veroordeeld is. Rond 3.350 Westoeverbewoners zitten in administratieve detentie: zonder aanklacht, op basis van geheim “bewijs” dat elke zes maanden verlengd kan worden — in praktijk zonder maximale duur. Daarnaast worden circa 1.220 personen uit Gaza als “unlawful combatants” vastgehouden, met procedures die gerechtelijke toetsing en toegang tot advocaten ernstig beperken.
Getuigenissen die B’Tselem verzamelde voor het rapport Welcome to Hell beschrijven systematische mishandeling: gevangenen in overvolle, vuilelijke cellen, ontzegging van basishygiëne en medische zorg, gedwongen godslastering en schaarse, verrotte voeding. Handhavingstactieken omvatten fysieke slagen met staven en boksbeugels, pepperspray, lichtgranaten en tasers; seksueel geweld en verkrachting worden veelvuldig gerapporteerd, en sommige getuigen spreken van waterboarden en elektrische schokken. Ook schokkend zijn meldingen over politie- of bewakingshonden die gevangenen aanvielen; onderzoek toont dat minstens 110 honden vanuit Nederland naar Israël zijn geëxporteerd tussen oktober 2023 en februari 2025, al zeggen leveranciers later te zijn gestopt.
Kinderen worden routinematig gedetineerd en mishandeld. Honderden minderjarigen zitten in gevangenissen als Ofer en Megiddo; veel van hen zonder aanklacht in administratieve detentie. Het artikel beschrijft persoonlijke dossiers, onder meer van de zestienjarige Omar Asfour, die in juni 2025 werd opgepakt en systematisch gefolterd, langdurig geïsoleerd en psychisch beschadigd vrijgelaten werd zonder ooit te zijn voorgeleid of juridisch bijgestaan. Er zijn aanwijzingen dat martelingen en het gebrek aan medische hulp tot sterfgevallen leiden: Physicians for Human Rights-Israel registreerde minstens 98 Palestijnen die sinds het afgelopen jaar in Israëlische detentie zijn overleden; waarnemers spreken van een beleid van uithongering en medische onthouding.
Internationale instanties en ngo’s spreken van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid. Het Bureau van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten concludeerde dat er een cultuur van straffeloosheid bestaat; het Rode Kruis zou geen toegang krijgen tot veel detentieplaatsen. Pogingen tot interne verantwoording zijn zeldzaam en vaak gebrekkig: enige militaire aanklachten tegen soldaten wegens mishandeling leidden tot politieke controverse, terwijl de militaire advocate general (MAG) beschuldigd werd van machtsspelletjes rondom het lekken van bewakingsbeelden. Tegelijkertijd ligt een Knesset-wetsvoorstel op tafel dat de doodstraf zou openstellen, specifiek gericht op Palestijnen — een ontwikkeling die mensenrechtenjuristen als discriminerend bestempelen.
De ongelijke behandeling geldt ook na de dood: lichamen van Palestijnen worden systematisch vastgehouden; families kregen vaak slechts ontkleurde, gedeconstrueerde resten terug, soms met tekenen van marteling. Bij de gevangenenruil van 10 oktober 2025 ging Israël akkoord met de vrijlating van bijna 2.000 Palestijnen in ruil voor twintig overlevende Israëlische gijzelaars, maar 150 van de vrijgelaten gevangenen werden onmiddellijk gedeporteerd naar Egypte en families bij Ofer werden met traangas uiteengedreven.
Samengevat schetst het artikel een gevangenenapparaat dat volgens onderzoeksmateriaal en ooggetuigenrechten organisaties structureel wordt ingezet als politiek en repressief instrument: massale arrestaties, administratieve detentie, snelle en oppervlakkige rechtszittingen, ontzegging van adequate medische zorg, wijdverbreide mishandeling en een gebrek aan effectieve verantwoording. Mensenrechtenorganisaties, advocaten en sommige regeringspartijen doen melding van systematische marteling en roepen op tot internationaal onderzoek en druk om detentieomstandigheden te verbeteren en onrechtmatige vrijheidsberoving te beëindigen. De status en gezondheid van gevangenen als Abu Safiya blijven een symbool van die bredere zorgwekkende patronen.