Tinyhouseambassadeur Marjolein Jonker woont op 50 vierkante meter en vindt haar leven helemaal niet sober

woensdag, 27 mei 2026 (13:07) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Tinyhousepionier Marjolein Jonker woont sinds 2016 in een compacte, duurzame woning in het Overijsselse dorp Olst en zet zich sindsdien in als ambassadeur en adviseur voor klein wonen. Haar woning in de nieuwbouwwijk Olstergaard beslaat ongeveer 50 m², waarvan grofweg de helft een kas is met hoge ramen en gezaaide groenten. De woonruimte is goed geïsoleerd met natuurlijke materialen (hennep, jute, houtvezel) en heeft een slaapzolder, een klein kantoor onder het bed, keukenblok en badkamer; de buitenzijde is van populierenhout. Op het dak van de kas liggen zonnepanelen en neerslag wordt via pijpen opgevangen in een bassin onder de vloer; de woning is daarnaast wel op water en elektriciteit aangesloten. Jonker: “Ik vind mijn leven helemaal niet sober, ook al heb ik niet alles.”

Jonker begon met klein wonen nadat ze haar baan in de farmaceutische sector opzegde en een blog bijhield over het proces; die blog leidde ertoe dat ze van haar ervaring een beroep maakte. Haar site verzamelt ook kleine woningen en kavels te koop of te huur. Volgens een inventarisatie uit 2024 staan er in Nederland bijna 900 vergunde en bewoonde tiny houses. Juridisch en financieel bestaat er verschil tussen types: een tiny house op wielen kost circa €50.000 maar is meestal alleen voor tijdelijke locaties geschikt; een permanente kleine woning begint ongeveer bij €150.000, en inclusief grond (bijvoorbeeld een kavel van 200 m²) kan een energie-neutrale, vrijstaande tinywoning rond de €300.000 kosten, afhankelijk van plaats en schaal.

Praktisch wonen in een tiny house vraagt flexibiliteit, doorzettingsvermogen en geduld, vooral wanneer voorzieningen ter plekke ontbreken. Jonker vertelt over haar ervaring op een tijdelijk perceel in Alkmaar: zonnepaneeltjes volstonden in de winter niet en periodes van droogte maakten douchen met regenwater onmogelijk. De meeste tiny houses zijn echter op het net aangesloten, wat veel van die problemen voorkomt.

Gemeenten hikken soms tegen tiny houses aan: vermeend geringe vraag, gebrek aan beschikbare grond, de administratieve last en financiële prikkels om reguliere woningbouw te prefereren. Jonker merkt dat bestuurders wél meewerken als kleinschalige woonplannen aansluiten bij lokale duurzaamheidsdoelen of als bewoners in groepsverband initiatieven ontwikkelen. Zij ziet tiny houses als een nuttig deel van de woningvoorraad, passend bij alleenstaanden en ouderen die geen grote gezinswoning zoeken. Kleiner wonen kan woonlasten verlagen, dwingt tot ontspullen en bevordert een nauwere band met de natuur; het draait volgens haar niet om ontbering maar om andere vrijheid.

Als voorstel voor beleid pleit Jonker onder meer voor herverdeling van grondgebruik, bijvoorbeeld het benutten van kleine delen agrarische grond voor wonen, en noemt ze voorbeelden van succesvolle samenwerkingen tussen boeren en tinyhousegemeenschappen.