Marit (23) uit Drachten wilde iets achterlaten na haar dood. Ze schittert nog één keer, in 'Over mijn lijk'

vrijdag, 17 april 2026 (19:13) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Mackenzie Sueters (net geen 20) en Marit Kramer (23) trouwden vorig jaar september, kort nadat bij Marit ongeneeslijke botkanker was vastgesteld. Ze hadden een half jaar een relatie toen ze besloten te trouwen; in december overleed Marit. Haar verhaal is vastgelegd voor het BNNVARA-programma Over mijn lijk, dat vanaf zondag 19 april om 21.00 uur op NPO1 begint. Marit zelf zit nog niet in de eerste aflevering.

Marit meldde zich aan voor de serie omdat ze iets wilde nalaten en omdat ze wilde laten zien dat een terminale diagnose niet onmiddellijk betekent dat het leven stopt. In de laatste zes maanden van haar leven werd ze intensief gevolgd: regelmatig was een cameraploeg van vijf mensen aanwezig in het kleine huis in Drachten. De productie selecteerde deelnemers na korte kennismakingsgesprekken; Marit werd uit de overgebleven kandidaten gekozen. Hoewel televisie harde keuzes kan vragen, benadrukken zowel haar moeder Ingrid Bosma als Mackenzie dat de ploeg respectvol en betrokken was.

De opnames leverden uren aan materiaal op die voor nabestaanden belangrijk blijken: Mackenzie noemt het beeldmateriaal een kostbare herinnering — iets wat hij van zijn eigen familie weinig heeft. Even waardevol waren de gesprekken tussen presentator Tim Hofman en Marit; zijn confronterende vragen brachten diepere reflecties naar boven en boden Marit en haar omgeving houvast in gesprekken over pijn, afscheid en praktische zaken rond sterven. Een laatste gesprek op Marits sterfbed is bewust zonder beeld in de uitzending opgenomen; Marit wilde niet meer gefilmd worden, en Mackenzie trad toen voor de camera.

Naast de zwaardere momenten toont de reeks ook de vrolijke kanten van Marits laatste levensfase: feesten, raves, een bucketlist met onder meer uit een vliegtuig springen (vastgelegd door twee camera’s), en zelfs alledaagse grapjes — zoals thee in 7-Up en het bakken van een vleescake. Die lichte momenten waren volgens de naasten belangrijk; ze benadrukten dat plezier en levenslust naast ziekte konden bestaan. Het contact met lotgenoten, andere jongvolwassenen die ook ongeneeslijk ziek waren, bracht Marit troost; het zien dat nabestaanden het vaak redelijk deden gaf haar rust.

Voor degenen die achterblijven blijft het rouwproces intens. Ingrid vertelt over periodes van opgesloten verdriet en het afmaken van knutselwerkjes die Marit was begonnen. Mackenzie worstelde aanvankelijk met drinken maar koos er later voor het verlies actief te verwerken: hij reist veel, probeert ‘voor twee’ te leven en wil Marit eren door volop te genieten. Een deel van haar as strooide hij bij de Fushimi-Inari-tempel in Kyoto, op de plek waar hij haar ten huwelijk vroeg.

Presentator Tim Hofman omschrijft werken aan Over mijn lijk als intens en onvoorspelbaar; de serie bouwt vertrouwensbanden op waardoor zeer persoonlijke vragen mogelijk zijn. Hij noemt het waardevol dat de programma’s verbinden: we kijken met miljoenen mensen naar hetzelfde verhaal en dat creëert een gemeenschappelijke ruimte van aandacht. Van de zes deelnemers aan deze reeks zijn er al vier overleden; bij de aftrap kreeg elke deelnemer een tegeltje met een quote — Marits tekst was: “Ik zou wel zeggen dat ik een volmaakt leven heb gehad.”

De familierelaties, de zorgvuldige filmmomenten, de balans tussen licht en zwaarte en het nalatenschap van beeldmateriaal vormen de kern van Marits bijdrage aan de serie. Voor Mackenzie en Ingrid zijn de beelden en gesprekken zowel troost als pijnlijke herinnering: het zijn blijvende getuigenissen van de laatste maanden met Marit.