Marilyn Monroe die 'Ulysses' leest? So what?
In dit artikel:
Toen Declan Kiberd zijn boek Ulysses and Us promootte op een Joyce-conferentie in Dublin, koos hij op de omslag een onverwachte afbeelding: Marilyn Monroe op een speeltuinbankje verdiept in James Joyce’ Ulysses. Die keuze illustreert zijn centrale stelling dat Joyce’s roman vooral een boek van het alledaagse is en voor gewone lezers toegankelijker dan de zogenaamde “Joyce-industrie” wil doen geloven. Maar de foto riep vooral verwondering en hoon op: hoe kon de archetypische pin‑up het “moeilijkste boek ooit” lezen?
De foto, gemaakt door Eve Arnold in de jaren vijftig, toont een anders dan gebruikelijk beeld van Monroe. Niet in strakke glamourjurk maar in een eenvoudig gestreept hemdje en korte broek; niet poserend met flirtende blik, maar ineengekruipt en geconcentreerd met een boek in haar handen. Dat contrast met haar publieke imago—de door make‑up en styling zorgvuldig geconstrueerde blonde sekssymbool—leverde op internet veel spottende reacties op. De voor de hand liggende veronderstelling van velen: Monroe poseerde alleen voor de camera of kon Ulysses onmogelijk echt begrijpen.
De reportage én het bredere debat laten echter zien dat zo’n veronderstelling de realiteit miskent. Monroe had een moeilijke jeugd en weinig formele scholing, maar ontwikkelde een levenslange honger naar boeken en zelfopleiding. Ze volgde in de jaren vijftig avondcolleges literatuur, las intensief op de set en nam altijd boeken mee onderweg. Bij haar dood bleek ze een persoonlijke bibliotheek van ruim vierhonderd titels te bezitten: een eclectische verzameling van poëzie en filosofie tot moderne romans en biografieën — van Plato en Proust tot Thomas Mann en Lewis Carroll. Ze las niet oppervlakkig; collega’s en vrienden herinneren zich hoe ze telkens dieper in levens en werken van auteurs dook, biografieën en kritische studies inclusief.
Vragen over de herkomst van het exemplaar Ulysses op de foto (zou het geleend zijn van echtgenoot Arthur Miller?) zijn onderzocht. De Berg Collection van de New York Public Library, waarin Millers bibliotheek bewaard wordt, bevat geen werk van Joyce. En het exemplaar dat tot haar nalatenschap behoorde werd in de veilingcatalogus (Christie’s, 1999) beschreven zonder aanwijzing dat het ooit van iemand anders was. Daarmee vervalt de makkelijke veronderstelling dat Monroe alleen literaire schijn ophield voor haar man.
Eve Arnold zelf legde vast dat Monroe het boek al in de auto had en hardop voorlas om de klank en betekenis te vatten — een legitieme leestechniek voor wie Joyce fragmentarisch benadert. Arnold schreef dat Monroe het fotograferen met een boek nadrukkelijk wilde; de opname was dus gedeeltelijk performatief, maar dat sluit echte lezingsinteresse niet uit. Richard Brown en andere Joyce-onderzoekers benadrukken dat er geen reden is de foto enkel als pose te zien: het is nogal letterlijk een afbeelding van Marilyn die Ulysses leest.
Dat het beeld zulke felle reacties opriep zegt ook iets over culturele stereotypen en seksisme: de vraag of een sekssymbool gelijktijdig een serieuze lezer kan zijn, lijkt velen bedreigend. Sommige critici en schrijvers — zelfs wie de intentie van het omslag begrijpt — laten in hun commentaar een neerbuigende toon horen en schuiven de literaire belangstelling van Monroe gemakkelijk af op affectatie jegens haar literaire kennissen, zoals Arthur Miller. Dat patroon past in het grotere verhaal van Monroe die, ondanks pogingen om zich te scholen, serieus genomen werk te krijgen en zichzelf te herontwerpen, steeds weer werd teruggeworpen in het rolpatroon van “het domme blondje”.
De foto en de discussie eromheen bieden een andere blik op Monroe: niet alleen als door stylists vervaardigd beeld maar als autodidactische, breed geïnteresseerde lezeres die boeken serieus nam. De auteur van het stuk citeert ook de verleidelijke gedachte-experiment: wat als Monroe had kunnen uitgroeien tot een academica, teruggekeerd naar colleges en uiteindelijk zelf Ulysses onderwezen — een beeld dat de kloof blootlegt tussen publieke perceptie en de intellectuele ambitie die Monroe jarenlang in stilte onderhield.
Kortom: de afbeelding van Monroe met Ulysses is meer dan een curieuze foto-anekdote of een marketingkneepje; ze confronteert ons met vooroordelen over gender, intellect en publieke identiteit, en herinnert eraan dat Monroe’s relatie met literatuur serieus en diepgaand was — een dimensie die haar iconische status uitlicht en tegelijk problematiseert.