Marechaussee werkte met omstreden techreus Palantir: minister verzweeg contract voor Tweede Kamer
In dit artikel:
Het ministerie van Justitie en Veiligheid sloot in 2014 een contract met het Amerikaanse bedrijf Palantir voor software die grote hoeveelheden passagiersgegevens kan analyseren. Dat blijkt uit met de Woo vrijgegeven documenten waar FTM inzage in kreeg. De aanschaf werd ingezet door de Koninklijke Marechaussee (KMar) voor het Advance Passenger Information‑systeem (API), waarmee data van inkomende vluchten van buiten Schengen — zoals naam, geboortedatum, nationaliteit, geslacht en paspoortnummers — worden gescreend. Het gaat potentieel om miljoenen records.
Tijdlijn en communicatie
- In augustus 2025 vroegen Kamerleden aan minister David van Weel of behalve bekende voorbeelden nog andere onderdelen van JenV gebruikmaakten van Palantir. De minister antwoordde ontkennend.
- Woo‑documenten laten zien dat JenV wel degelijk in 2014 een overeenkomst had en dat dit contract in interne inventarisaties voorkwam.
- De KMar bevestigt nu dat zij Palantir ongeveer van mei 2009 tot maart 2015 gebruikte voor een API‑pilot; eerder ontkende de KMar dat nog. Van Weel informeerde de Kamer pas op 20 april 2026 over het Woo‑-besluit, nadat de stukken openbaar werden en FTM vervolgvragen stelde.
Financiën, geheimhouding en onduidelijkheden
- Een in de documenten opgenomen offerte van een Nederlandse IT‑reseller noemt een bedrag van 162.527,08 euro (incl. btw) voor drie maanden huurlicenties (‘Elise en Palantir’), maar het contract zelf vermeldt geen totaalbedrag en belangrijke prijsinformatie is weggelakt als bedrijfsgevoelig.
- Het contract bevat strikte geheimhoudingsclausules: vrijwel alle productinformatie is als ‘Confidential Information’ bestempeld. Hoe de contractuele relatie na de opheffing van de toenmalige directie IDMI (Programmadirectie Identiteitsmanagement en Immigratie) werd doorgezet, en welk onderdeel verantwoordelijk werd, blijft onduidelijk; JenV geeft geen verdere antwoorden.
Politieke en bestuurlijke consequenties
- Binnen het ministerie leidde de Kamervraag in juli 2025 tot een interne speurtocht; enkel één ambtenaar vond een kopie van de ‘license and service agreement’. Dat roept vragen op waarom de minister in zijn antwoorden niets over dit contract vermeldde, terwijl ambtelijk bekendheid met de deal bestond.
- Reijer Passchier (Open Universiteit) noemt het onvolledig informeren van de Kamer “een politieke doodzonde” en wijst op de inlichtingenplicht van ministers volgens artikel 68 van de Grondwet: bij vragen moet de minister volledig op de hoogte zijn en juiste informatie geven.
Achtergrond Palantir
Palantir werd in 2003 mede met steun van de CIA opgericht en is sindsdien een belangrijke leverancier van analysetools voor veiligheidsdiensten. Het bedrijf en oprichters als Peter Thiel en Alex Karp zijn politiek en moreel omstreden; Palantir‑software is internationaal ingezet in gevoelige projecten (onder meer met ICE, militaire operaties en defensiecontracten). Sinds de beursgang van 2020 zijn de ideologische oriëntaties van de leiding en sommige toepassingen scherper in beeld gekomen, wat het zakendoen met de onderneming politiek geladen maakt.
Kernvraag
De zaak raakt aan twee fundamentele thema’s: de transparantie en politieke controle op het gebruik van krachtige surveillance‑technologie door overheidsinstanties, en de veiligheid en privacy van grote passagiersdataverzamelingen. Het blijft onduidelijk hoeveel belastinggeld precies naar Palantir ging, welke onderdelen na 2015 de contractuele verantwoordelijkheid droegen, en of gebruik consequent is gestopt — vragen waarop JenV tot nu toe weinig heldere antwoorden heeft gegeven.