Marco weet wat prinses Mette-Marit moet doorstaan: 'Longtransplantatie redde mijn leven'
In dit artikel:
De Noorse kroonprinses Mette‑Marit, bij wie in 2018 een zeldzame vorm van chronische longfibrose werd vastgesteld, staat volgens het Rikshospitalet in Oslo nu op de wachtlijst voor een longtransplantatie nadat haar gezondheid de laatste weken verslechterde. Hoofdarts Are Holm meldt dat ze als prioriteit op de lijst is geplaatst omdat haar ziekte niet langer met gewone behandelingen onder controle te houden is en zonder transplantatie een snelle achteruitgang te verwachten valt.
Transplantatieartsen benadrukken dat plaatsing op zo’n lijst strikte voorwaarden vereist: de onderliggende aandoening moet onbehandelbaar zijn en zonder nieuwe long(en) levensbedreigend worden. Longfibrose is een voorbeeld van een aandoening die plotseling en sterk kan verslechteren. Voorafgaand aan opname op de lijst ondergaan kandidaten een uitgebreide medische screening — bloedonderzoek, nierfunctie en algemene conditie — om te beoordelen of ze de operatieve belasting en de daaropvolgende immuunsuppressieve medicatie aankunnen.
Het persoonlijke verhaal van Marco van Eliveld illustreert het traject. In 2009 kreeg hij op 27‑jarige leeftijd een dubbele longtransplantatie vanwege PVOD, een zeldzame ziekte waarbij longvaatjes dichtslibben, waardoor zuurstofopname daalt en het hart overbelast raakt. Na negen maanden wachten — een periode waarin zijn conditie verder verslechterde — kreeg hij uiteindelijk donorlongen. De operatie maakte het hem mogelijk weer normaal te ademen, terug te keren naar werk, een gezin op te bouwen en opnieuw te voetballen.
In Nederland werden in 2025 volgens de Nederlandse Transplantatie Stichting 118 longtransplantaties uitgevoerd. De grootste groep ontvangers was 56–64 jaar. Op 31 mei 2026 stonden nog 171 mensen op de wachtlijst; de meest voorkomende wachttijd voor een donorlong was vorig jaar ongeveer 5,3 maanden. Transplantatiearts Michiel Erasmus (UMCG) meldt dat de uitkomsten verbeterd zijn: de levensverwachting na een longtransplantatie is gestegen — veel patiënten hebben minstens negen jaar profijt, sommigen leven dertig jaar of langer met een getransplanteerde long — en acute afstoting komt minder vaak voor. Technische vooruitgang maakt het mogelijk donorlongen buiten het lichaam te testen en zo de kwaliteit beter te beoordelen.
Voor Mette‑Marit betekent plaatsing op de lijst het begin van een onzekere wachtperiode, maar ook van een behandeling die haar levensverwachting en kwaliteit van leven aanzienlijk kan herstellen, zoals uit ervaringen van eerdere ontvangers blijkt.