Marcel (43) werd nagenoeg blind, maar doet toch mee aan LOOP Leeuwarden: 'Ik ben een strijder'
In dit artikel:
Marcel Aalbers (43) uit Berltsum, sinds 2010 vrijwel blind door de erfelijke ziekte van Leber, staat zondag aan de start van de 10 kilometer tijdens Loop Leeuwarden. Met nog ongeveer 2 à 3 procent zicht — hij ziet vooral rode en zwarte stippen en wat kleur — kan hij de route niet zelfstandig lopen. Daarom houdt hij een wandelbeugel vast terwijl zijn goede vriend Dirk Jan Posthumus als ‘buddy’ de andere kant vasthoudt. Aalbers, die zichzelf graag een “strijder” noemt, mikt erop binnen het uur te finishen en wil met zijn deelname laten zien wat mogelijk blijft ondanks een handicap.
De zienswijze van Aalbers veranderde snel toen de aandoening zich op 27‑jarige leeftijd openbaarde: in korte tijd verloor hij zijn werk, kon hij niet meer autorijden en raakte het gewone leven ontwricht. Via behandel‑ en revalidatietrajecten bij Koninklijke Visio leerde hij omgaan met zijn beperking en opnieuw zelfstandigheid opbouwen. Hij ontwikkelde praktische vaardigheden (herkenningsstok, routekennis in zijn dorp) en paste technologie toe; huishoudelijke apparaten bedient hij met geluidsondersteuning via zijn mobiele telefoon.
Sporten speelt een centrale rol in zijn leven en hielp hem mentaal en fysiek overeind te blijven. Waar voetbal en zwemmen uiteindelijk te moeilijk werden, bleef hij andere vormen van beweging zoeken: hardlopen in zijn vertrouwde omgeving, deelname aan run-bike-runs, een Hyrox en meerdere hardloopwedstrijden, en trainen in de sportschool. Tijdens Loop Leeuwarden kiest hij bewust voor een begeleide aanpak, waarmee hij laat zien dat hulpmiddelen vaak creatief inzetbaar zijn — hij gebruikt een wandelbeugel om te lopen en rennen, iets anderen aanvankelijk niet voor mogelijk hielden.
Aalbers combineert zijn actieve leven met vrijwilligerswerk: hij ondersteunt personeel in een verzorgingstehuis in Sint‑Annaparochie en werkt een dagdeel per week achter de balie bij Visio in Leeuwarden. Daarnaast geeft hij lezingen op scholen over omgaan met tegenslag en accepteert velen hem zonder meteen zijn beperking op te merken — iets waar hij van geniet en wat hij als belangrijk beschouwt bij het doorbreken van vooroordelen.
Persoonlijk heeft hij moeilijke kanten geaccepteerd: hij mist de mimiek van geliefden, moet loslaten dat hij alles kan controleren en heeft zijn winnaarsmentaliteit vervangen door de inslag dat meedoen belangrijker is dan altijd nummer één willen zijn. De ziekte bleek ook in zijn familie aanwezig: zijn oudere broer Nico kreeg later hetzelfde, terwijl een jongere broer Denny ooit herstelde — dat laatste noemt Marcel een “medisch wonder”.
Marcel doet niet alleen mee voor zichzelf, maar wil anderen inspireren. Zijn keuze om ondanks bijna geen zicht hardloopevenementen te blijven doen, zijn openheid over de worstelingen en de praktische oplossingen die hij heeft gevonden, maken hem voor veel mensen een voorbeeld dat beperkingen niet per se het einde van sportieve en sociale ambities hoeven te betekenen.