Mandy enige Nederlander bij VN-missie Libanon tijdens aanvallen Israël: 'Brokstukken vielen in ons kamp'
In dit artikel:
Kapitein Mandy Heeren, die van eind 2023 tot eind 2024 als enige Nederlandse militair meedraaide in Naqoura (Zuid-Libanon), beschrijft in een interview hoe een eenmansinzet er in de praktijk uitziet: zowel professioneel belastend als persoonlijk uitputtend. Zij werd door Nederland uitgezonden als military gender advisor binnen de UNIFIL-vredesmissie, een functie waarin ze adviseerde aan de missieleiding over culturele gevoeligheden en de rol van vrouwen in een islamitische omgeving. Haar advies om vrouwen altijd mee te nemen op patrouilles was bedoeld om informatie over de impact van geweld op kwetsbare groepen (vrouwen en kinderen) betrouwbaar in kaart te brengen.
Heeren begon niet direct als militair; ze studeerde international business en werkte in marketing/PR, maar koos later toch voor Defensie en doorliep de KMA. Vooraf had ze al uitgezonden geweest naar Irak, Afghanistan, Mali en Litouwen. In Libanon kreeg ze te maken met een veel hogere intensiteit van geweld dan eerdere missies: na de escalatie rond 7 oktober 2023 tussen Israël en Hezbollah namen raketaanvallen en gevaren zoals neervallende brokstukken door de Iron Dome toe. Camp Naqoura fungeerde als een dorp met sectoren van verschillende landen; inslagen en rondvliegend puin troffen zelfs de eenvoudige voorzieningen van andere landen.
Omdat Nederland slechts één militair stuurde — een gevolg van de taakverdeling door de VN en de keuzes van Nederland — droeg Heeren naast haar adviserende rol ook alle andere taken die normaal over meerdere specialisten verdeeld zijn: logistiek, bevoorrading, personeelscontacten en het onderhouden van lijnen met het ministerie. Die eenzaamheid had ook een sociale impact: er was geen direct sociaal vangnet en het contact met thuis verliep moeizaam. Toen de dreiging toenam, sliepen zij en collega’s vaak in bunkers, droeg ze altijd haar wapen en een “grab bag” bij zich, en leefde ze voortdurend met de gedachte dat een rekenfout bij een lancering hun kamp kon treffen.
Heeren signaleert knelpunten in zowel de voor- als nazorg. Doorgaande communicatie over basisvoorzieningen en evacuatiemogelijkheden liepen stroef en ze voelde zich soms minder serieus genomen door contactpersonen in Nederland. Hoewel voormalig minister Kajsa Ollongren persoonlijk belangstelling toonde, ontbrak bij thuiskomst het gebruikelijke welkom dat bij grotere missies wel plaatsvindt; er was geen ontvangst op het vliegveld en de standaard adaptatieperiode — groepsbijeenkomsten en gesprekken met een psycholoog — werd niet toegekend omdat zij als enige was uitgezonden. Dat had directe gevolgen: ze kampte met fysieke klachten (hoesten door stof, haaruitval) en psychische spanning. Een enkel telefoontje van een betrokken psycholoog volgde wel; verdere nazorg en aandacht voor haar ervaringen moest zij zelf opzoeken en afdwingen.
Heeren probeerde evaluaties te gebruiken om verbeterpunten aan te kaarten — bijvoorbeeld dat procedurele steun en evacuatieplanning beter moeten zijn bij kleine uitzendingen — maar stuitte aanvankelijk op terughoudendheid. Pas na tussenkomst van de inspecteur-generaal kon een gesprek plaatsvinden waarin zij kon benadrukken dat ook één uitgezondene mens is en structurele ondersteuning nodig heeft. Om haar verwerking te ondersteunen schreef ze het boek Blauwe scherven; defensie kreeg een exemplaar maar gaf inhoudelijk weinig reactie. Inmiddels werkt Heeren bij een kazerne in Utrecht met buitenlandplaatsingen en zegt ze dat ze Defensie ziet als een organisatie die kan leren, maar dat sommige verbeteringen nog onvoldoende aandacht krijgen.
Defensie heeft laten weten het jammer te vinden dat Heeren te weinig communicatie en ondersteuning heeft ervaren, benadrukt dat personeelszorg en nazorg voor veteranen belangrijk zijn en zegt bereid te zijn verder in gesprek te gaan via commandanten, de zorglijn of het Veteraneninstituut.
Mandy Heeren staat nu voor keuzes over haar eigen toekomst: of ze nogmaals op missie wil en welke baan bij haar past. Ze neemt bewust tijd om te herstellen en kiest ervoor eerst te verwerken voordat ze nieuwe deadlines aangaat.