Mama Chata uit Groningen verraste iedereen met haar rake opmerkingen en taarten als kunstwerken. Ze werd 84 jaar
In dit artikel:
Rosalta Hélène Adriana Sillé, beter bekend als Chata of binnen de familie Mama Chata, overleed op 23 februari op 84‑jarige leeftijd. Ze was een zichtbaar en geliefd gezicht binnen de Antilliaanse gemeenschap in Groningen: haar rijkelijk versierde taarten en huisgemaakte koekjes behoorden tot de vaste ingrediënten van bruiloften, verjaardagen en communiefeesten, en haar aanwezigheid maakte feesten levendiger — zeker tijdens bingoavonden, waar haar adremme opmerkingen net zo gewild waren als een volle kaart.
Geboren in Willemstad, Curaçao, als een van acht kinderen in een katholiek gezin, trouwde Chata jong en kreeg een dochter. Na een scheiding besloot ze zelfstandig verder te gaan: ze begon de Chi Ku Chá Bar, die uitgroeide tot een populaire plek. Haar zelfstandigheid en scherpe tong hielden mannen op afstand, maar ze vond opnieuw geluk als alleenstaande moeder van een zoon en bouwde een warm, groot familiehuis waarin kinderen en familieleden samenleefden.
In de jaren tachtig trokken familieleden naar Groningen voor werk en studie. Na jaren van hard werken in de bar en het missen van haar kinderen — “tropenjaren” zoals zij het noemde — verkocht Chata begin jaren ’90 alles en verhuisde naar Nederland toen een broer daar ongeneeslijk ziek bleek. Ze vestigde zich in Paddepoel, nam deel aan de moedermavo en ontwikkelde haar grootste hobby tot vakmanschap: bakken en decoreren. Haar Bolo Pretu kreeg faam door de pruimen die zij eerst in sterke drank liet weken; decoratiemateriaal haalde ze uit Engeland, drank uit Duitsland. Ook maakte ze kala (een bonenmeelbitterbal) samen met haar moeder, een arbeidsintensief ritueel dat symbool stond voor familiezorg en traditie.
Chata stond bekend om haar vrijgevigheid: ze deelde wat ze had — van drankjes voor vuilnismannen tot pap van melk, havermout en rozijnen die ze tijdens een vakantie in de Dominicaanse Republiek uitdeelde aan arme kinderen. Haar geloof speelde een belangrijke rol in haar leven; ze bezocht bedevaartsoorden, trok zich soms terug in kloosters en beëindigde veel ontmoetingen met de woorden “Ik zal voor je bidden.” Na de geboorte van haar eerste kleindochter kreeg ze de bijnaam Mama Chata, die haar rol als clanhoofd benadrukte: liefdevol maar ook kordaat en soms streng.
Gezondheidsproblemen tekenden haar latere jaren: na een openhartoperatie verergerde diabetes. Chata weigerde behandeling met insuline uit overtuiging en zocht aanvullende geneeswijzen, gesteund door een broer die arts was. Op haar tweeëntachtigste maakte ze nog een reis naar de Dominicaanse Republiek; plannen voor een tweede reis werden verhinderd door een hartaanval die haar tot revalidatie dwong en uiteindelijk tot verhuizing naar Residentie De Buitenzorg, waar ze overleed.
Op 3 maart werd zij herdacht in de Sint Jozef Kathedraal in Groningen, waar familie en vrienden in het Papiaments haar herinnerden als een sterke vrouw met een groot hart en een onverwoestbare levenswil. Chata werd gecremeerd en haar as uitgestrooid op zee, volgens haar wens — voor haar de ultieme symbolische verbinding, omdat de zee alles en iedereen met elkaar verbindt.
(Noot: Dit portret verscheen in de rubriek Tijd van Leven van Dagblad van het Noorden, waarin recent overledenen uit Drenthe en Groningen worden belicht.)