Malinese minister van Defensie komt om bij aanval, regering in verdrukking door gecoördineerde actie rebellen
In dit artikel:
In Mali zijn dit weekend meerdere gecoördineerde aanvallen uitgevoerd door jihadisten en noordelijke Toeareg-opstandelingen, waarbij minister van Defensie Sadio Camara om het leven kwam. De aanslagen richtten zich op meerdere plekken: schoten werden gemeld in de hoofdstad Bamako en in de steden Kati (ten noordwesten van Bamako), Gao, Kidal en Sévaré. Kati, waar generaal en staatsleider Assimi Goïta woont, werd aangevallen; Goïta zou ongedeerd zijn gebleven.
De beweging Jamaat Nusrat al-Islam wal-Muslimin (JNIM), gelieerd aan Al Qaeda, heeft de reeks aanvallen opgeëist en zegt samen te hebben gewerkt met het Azawad Liberation Front (FLA), een Toeareg-groep die al langer streeft naar een autonome staat in het noorden. JNIM claimde doelen als de residenties van president Goïta en minister Camara, de internationale luchthaven en militaire posten in Kati, en meldt verder dat Kidal veroverd is na acties tegen het Malinese leger en Russische huurlingen. Lokale bronnen en de FLA bevestigden dat de gouverneur van Kidal was gevlucht.
Sadio Camara was binnen de militaire junta een belangrijk figuur; zijn dood wordt door waarnemers als een zware slag voor het Malinese leger en de regering gezien. De militaire autoriteiten spraken in eerste instantie over “niet-geïdentificeerde gewapende terroristische groeperingen” die georganiseerde aanvallen uitvoerden.
JNIM ontstond in 2017 uit een fusie van meerdere rebellengroepen en geldt als een van de meest actieve jihadistische formaties in de Sahel. De groep, geleid door Iyad Ag Ghali, streeft naar territoriale controle en het verdrijven van westerse invloed; schattingen van het aantal strijders lopen uiteen, maar de organisatie heeft sinds haar ontstaan duizenden doden op haar conto. Recent onderzoek meldt tientallen doden in de regio alleen al in de eerste maanden van het jaar.
De internationale reactie was veroordelend: VN-secretaris-generaal Antonio Guterres noemde het geweld “extremistisch” en riep op tot gecoördineerde steun tegen het gewapend extremisme en tot humanitaire hulp. In media-uitlatingen waarschuwen analisten dat de verrassende samenwerking tussen JNIM en FLA — twee groeperingen die eerder conflicten met elkaar hadden — de dynamiek in Mali kan veranderen. Freelancejournaliste Aida Grovestins noemde de operaties een grote schok voor de regering; het noorden van Mali is sinds 2012 moeilijk te heroveren geweest en lijkt voorlopig buiten regeringscontrole te blijven.
Volgens berichten is er mogelijk een akkoord tussen rebellen, het Malinese leger en Russische troepen (genoemd als Afrikacorps) gesloten om Malinese militaire posten in Kidal te ontruimen. Analisten zien parallellen met situaties elders waar jihadisten terrein hebben gewonnen en waarschuwen dat de Malinese regering en haar partners voor een zware opgave staan om veiligheid en territoriale integriteit te herstellen.