Makreel op sterven na dood, toch gaat de overbevissing door
In dit artikel:
De makreelbestand in de noordelijke wateren staat onder zware druk door jaren van overbevissing en is inmiddels als bedreigde soort aangemerkt. Sinds 2010 voeren de EU, het VK, Noorwegen, Rusland, IJsland, Groenland en de Færøer onderhandelingen over nieuwe vangstquota zonder tot een gezamenlijke oplossing te komen. Afgelopen maandag bereikten Noorwegen, de Færøer, het VK en IJsland plotseling een eigen akkoord waarin ze de totale vangst op 299.010 ton vastleggen — aanzienlijk hoger dan het wetenschappelijke advies.
De Internationale Raad voor Zee-onderzoek (ICES) raadde een maximale vangst van 174.357 ton aan om het instortingsrisico van de soort te beperken, wat neerkomt op een vermindering van ongeveer 70 procent ten opzichte van dit jaar. De vier noordelijke kuststaten kiezen echter een risicovoller scenario en reserveren zichzelf circa 240.000 ton; de EU, Groenland en Rusland blijven zo’n 60.000 ton over. Daardoor lijkt terugkeer naar het door ICES voorgestelde veilige totaal onwaarschijnlijk. Een eigen berekening laat zien dat bij het volgen van het wetenschappelijke advies het Europese quotum rond de 47.000 ton zou liggen — maar in combinatie met de noordelijke vangsten zou dat nog steeds boven het veilige niveau blijven.
Binnen de EU groeit de frustratie: milieuorganisaties en viswijzers adviseren consumenten geen makreel te kopen, en supermarkten (waaronder Aldi) hebben de vis uit het assortiment gehaald. EU-vissers voelen zich dubbel benadeeld omdat zij zich aan normen houden terwijl de noordelijke landen meer blijven vangen, en roepen om sancties. Tegelijkertijd was er recent kritiekloosheid binnen de EU zelf: tijdens de decemberraad werden ook voor andere soorten quota goedgekeurd die boven wetenschappelijke adviezen liggen, zoals voor glasaal, paling en kabeljauw. De situatie illustreert zowel geopolitieke onenigheid over internationale verdeelregels als structurele problemen in het naleven van visserijadviezen.