Makelaarsvereniging: ongelijkheid starters toegenomen door massale verkoop huurwoningen
In dit artikel:
Makelaarsvereniging NVM waarschuwt dat de ongelijkheid tussen woningstarters flink is toegenomen door de grootschalige verkoop van huurwoningen. In een rapport dat woensdag aan de Tweede Kamer is aangeboden analyseerde de NVM ruim 7.600 huurwoningen die tussen 2024 en 2025 via NVM‑makelaars werden verkocht en concludeert dat de markt verschuift ten koste van lagere en middeninkomens.
De verkoopgolf volgt op de strengere huurwetgeving van voormalig minister Hugo de Jonge, waardoor veel beleggers hun woningen van de markt halen. Daardoor kromp het aanbod in de huursector sterk: transacties in de vrije huursector waren eind vorig jaar 38 procent lager dan een jaar eerder, en in de middensector van de vier grote steden daalde het verhuurvolume met 50–70 procent. De gemiddelde huur bedroeg vorig jaar bijna €1.660 per maand.
Tegelijkertijd groeit het aanbod op de koopmarkt, maar dat pakt niet gelijk uit voor alle starters. Volgens de NVM vergt de aankoop van een woning van €400.000 bij volledige financiering een bruto‑jaarinkomen van circa €84.500, terwijl diezelfde woning als huurwoning haalbaar was met ongeveer €53.500 per jaar. Daardoor slagen starters zonder spaargeld, met studieschuld of een modaal inkomen steeds minder vaak in de overgang naar koopwoningen.
NVM Wonen‑voorzitter Lana Gerssen noemt de ontwikkeling pijnlijk en ziet een toenemende tweedeling: een groep die wél vermogen kan opbouwen via koop, en een groeiende groep die aangewezen blijft op weinig huuraanbod en hoge prijzen. De vereniging dringt er bij nieuwe Kamerleden en de nieuwe minister op aan de wetgeving te herzien om weer balans te brengen tussen sociale huur, middenhuur en koop.
Kortom: beleidswijzigingen bedoeld om de huursector te reguleren hebben onbedoeld geleid tot kleinere huuraanbod en hogere drempels naar eigenwoningbezit, met verstrekkende gevolgen voor betaalbaarheid en sociale mobiliteit op de Nederlandse woningmarkt.