Maite Karssenberg zet in 'Dubbelleven' de negentiende-eeuwse filosoof Geertruida Kapteyn-Muysken prachtig in het licht
In dit artikel:
Maite Karssenberg schreef met *Dubbelleven* een biografie van Geertruida Kapteyn-Muysken (1855-1920), een relatief onbekende Nederlandse essayist met een bescheiden maar ambitieus filosofisch oeuvre. Omdat veel bronnen over haar leven ontbreken, reconstrueert Karssenberg haar verhaal niet alleen aan de hand van feiten, maar maakt ze de hiaten ook zichtbaar. Zo krijgt de lezer ruimte om zich een beeld te vormen van wat niet meer met zekerheid valt te achterhalen.
Karssenberg opent elk deel met een literaire beschrijving van een belangrijke plek uit Kapteyn-Muyskens leven, zoals de duinen bij Bloemendaal, Londen en het Zürichmeer. Daarmee laat ze zien welke beperkingen en verlangens het leven van een welgestelde negentiende-eeuwse vrouw met zich meebracht. Kapteyn-Muysken verloor al jong haar moeder en vader en groeide vervolgens op onder de hoede van haar zus en de progressieve familie Van Vloten. Ze was intelligent en uitgesproken, maar voelde zich beknot doordat van haar werd verwacht dat ze zou trouwen en kinderen krijgen.
Op haar twintigste kreeg ze een ernstige mentale inzinking en werd ze opgenomen in een inrichting in Utrecht. Na haar herstel kreeg ze, op aanraden van schrijfster Hélène Mercier, drie jaar privéonderwijs in filosofie, geschiedenis en letterkunde van humanist Willem Doorenbos. Aan deze periode kwam een einde toen ze trouwde met ingenieur Albert Kapteyn. In 1881 verhuisde het echtpaar naar Londen, waar ze twintig jaar zouden blijven.
In Londen raakte Geertruida, ondanks haar intellectuele belangstelling, steeds meer geïsoleerd. De zorg voor haar gezin en huishouden liet weinig ruimte voor haar schrijversambities. Na de geboorte van haar derde kind volgde een tweede zware inzinking, waarschijnlijk een postpartumpsychose. Haar dagboeken en brieven tonen zowel haar verwarring als haar verlangen naar een vrijer leven. Zo schreef ze een liefdesbrief aan de al overleden kroonprins Wiwill, die voor haar symbool stond voor iemand die zich volledig aan maatschappelijke verplichtingen had onttrokken.
Na opnieuw te zijn hersteld, vond Kapteyn-Muysken aansluiting bij progressieve en internationale kringen in Londen. Ze organiseerde salons, verbond de Nederlandse en Britse culturele wereld en verdiepte zich in onder anderen Jean-Marie Guyau en Peter Kropotkin. In haar publicaties schreef ze eerst over Bildung, opvoeding en seksuele voorlichting en later over een ethiek waarin individualisme samengaat met sociale betrokkenheid. Karssenberg plaatst deze ideeën helder in hun historische context en beschrijft haar hoofdpersoon empathisch, maar ook kritisch: de idealen over vrouwen en arbeiders werden niet altijd in de eigen levenspraktijk waargemaakt.
Na de verhuizing naar Zürich in 1901 verdween het dagboek, maar Karssenberg reconstrueert de volgende levensfase via brieven van dochter Olga aan haar vriendin Marie Stopes. Ook in Zürich en later in Nederland trad Kapteyn-Muysken op als verbindende figuur en bood ze ruimte aan progressieve andersdenkenden. In haar laatste levensjaren, na de teleurstelling over het geweld van de Eerste Wereldoorlog, radicaliseerde ze en werd ze voor de derde keer opgenomen. Ditmaal herstelde ze niet meer.
De biografie eindigt niet bij haar dood. In een slotdeel volgt Karssenberg dochter Olga, die net als haar moeder idealistisch, sensitief en innerlijk kwetsbaar was. Olga’s visioenen over haar ouders vormen het verrassende sluitstuk van een zorgvuldig opgebouwde biografie, waarin persoonlijke geschiedenis, maatschappelijke context en verbeelding overtuigend samenkomen.
De Oranjezomer: Victor Vlam walgt van commotie rond eclips: 'De grootste bullshit!'