Mainline, stichting voor drugsgebruikers, moet stoppen - en dat heeft gevolgen

dinsdag, 7 april 2026 (15:17) - Het Parool

In dit artikel:

Na 36 jaar houdt stichting Mainline op te bestaan omdat de subsidie is weggevallen. Mainline, opgericht rond 1990 door medewerkers van de belangenvereniging MDHG, was jarenlang een kernorganisatie voor harm reduction in Amsterdam: een combinatie van straatwerk, onderzoek, preventie en een eigen tijdschrift. Het Parool liep mee met veldwerker Katja Berends op 31 maart tijdens haar laatste ronde in het inloophuis van De Regenboog Groep aan de Flierbosdreef in de Bijlmer, waar gebruikers als Michael en de Georgiër Patta nog van praktische schadebeperking profiteren — van langere stelen voor crackpijpjes tot zeefjes en gedrukte tips.

Historie en werkwijze: Mainline begon als aidspreventieproject voor mensen die drugs gebruikten en publiceerde vanaf november 1991 het magazine Mainline, een toegankelijk gezondheidsblad met informatie over veilig gebruiken, hiv, hepatitis, mentale gezondheid en persoonlijke verhalen van gebruikers. Veldwerkers deelden het blad op straat, maakten contact, boden voorlichting en signaleerden ontwikkelingen in de scene. In 1992 stimuleerde Mainline roken boven spuiten door aluminiumfolie in het blad te stoppen, bedoeld als minder schadelijk alternatief. De organisatie voerde ook onderzoek (onder meer zuiverheidsanalyses), gaf trainingen aan hulpverleners en adviseerde gemeenten en organisaties in binnen- en buitenland over hun aanpak.

Financiering en stoppen: jarenlang ontving Mainline subsidie — onder meer zo’n €75.000 per jaar van de gemeente Amsterdam en ruwweg €300.000 van het ministerie van VWS — maar die ondersteuning viel weg. Ondanks lobby en inspanningen in 2023 kon de organisatie de financiering niet veiligstellen; per 1 juli stopt Mainline formeel. Bestuurders en oud-medewerkers waarschuwen dat hiermee “36 jaar kennis” verloren gaat en dat Amsterdam een unieke verbinding tussen straat en beleid kwijtraakt.

Waarom dit nu relevant is: juist nu kent Amsterdam een opmars van problematisch crackgebruik in verschillende stadsdelen (zoals Oosterpark, Noorderpark en bij Delflandplein), met toenemende overlast en kwetsbare groepen op straat. Veldwerkers van Mainline waren in die gebieden actief en fungeerden als ogen en oren van de straat: ze kenden trends, middelenmixen en de leefwereld van gebruikers, en boden laagdrempelige, niet-veroordelende hulp die niet primair op abstinentie gericht was.

Concrete impact op gebruikers: in het inloophuis leverde Mainline praktische spullen (pijpstelen, zeefjes, knijpers) en informatie die directe schade kon verminderen. Voor veel gebruikers betekende het contact ook erkenning en een luisterend oor; medewerkers van opvanglocaties zeggen dat dergelijke toegankelijke ondersteuning door Mainline frequente hulpvragen en problematiek tijdig kon signaleren, bijvoorbeeld bij mensen die net uit voorlopige hechtenis kwamen.

Slotopmerking: het verdwijnen van Mainline betekent zowel het wegvallen van een kennis- en onderzoeksbron als het stoppen van direct contact met gebruikers op straat. Dat verlies speelt tegen de achtergrond van een stijgende vraag naar op praktijken gerichte schadebeperking en roept vragen op over hoe die specifieke expertise en laagdrempelige outreach in Amsterdam voortgezet kan worden.