Maarten Wilmink bespeelt in Haarlem volbloed romantische orgels
In dit artikel:
De jonge organist Maarten Wilmink is in januari benoemd tot organist-titulair van de kathedrale basiliek Sint-Bavo in Haarlem, de op één na grootste rooms-katholieke kerk van Nederland. Hij volgt Ton van Eck op, die daar sinds 1999 speelde. Uit vijftien kandidaten werd Wilmink gekozen na gesprekken en een proefspel; een jury met verschillende professionele organisten nam de selectie voor haar rekening.
Wilmink, afkomstig uit Borne (Twente), krijgt in Haarlem de beschikking over één van de grootste en meest veelzijdige orgels van Nederland: het vierklaviers Adema‑orgel met circa tachtig stemmen, waaronder een Contrafagot 32-voet en een rijke sectie tongwerken. Dat instrument wordt op dit moment nog uitgebreid met acht registers, en naast het hoofdorgel zijn er in de basiliek een drieklaviers transeptorgel (34 stemmen, Adema, 1907), een kabinetorgel uit circa 1800 en nog enkele historische en 20e-eeuwse instrumenten (waarvan één tijdelijk onbespeelbaar). Wilmink vergelijkt het instrument met een orkest: het kan “toeteren en strijken” en leent zich bijzonder goed voor de Franse romantiek, een repertorium waar hij een zwak voor heeft.
Academisch en muzikaal liet Wilmink zich in Rotterdam opleiden (bachelor en master met de hoogste cijfers) en studeert hij momenteel in Saarbrücken bij Vincent Dubois voor het Konzertexamen orgel. Zijn vroegste orgellessen kreeg hij van Louis ten Vregelaar in Hengelo; belangrijk waren ook docenten als Ben van Oosten en Zuzana Ferjenčíková. Oorspronkelijk overwoog hij ook rechten te studeren, maar vanwege vroege concertaanbiedingen koos hij volledig voor muziek.
In de praktijk besteedt hij veel tijd aan studeren — hij noemt ongeveer vijf uur per dag — en hecht aan gedegen voorbereiding zodat interpretatie en spiergeheugen samenkomen. Muziek moet volgens hem een wezenlijke rol in de eredienst vervullen en geen vulling zijn; hij ziet liturgische zang en orgelspel als verbinding tussen gemeente en hemelse lofzang en waardeert de bijzondere koorpraktijk van de basiliek: het Kathedrale Koor bestaat vooral uit oud-leerlingen van de Koorschool Haarlem, een school met sterke muzikale traditie.
Vooruitkijkend wil Wilmink de rijke kerkmuzikale traditie voortzetten, de concertserie uitbreiden en vaker het hoofdorgel inzetten (nu wordt tijdens diensten vooral het transeptorgel gebruikt). Hij hoopt zijn concertactiviteiten binnen- en buitenland voort te zetten en soms ook de religieuze context van bepaalde werken te belichten — bijvoorbeeld bij Marcel Duprés Symphonie-Passion — zonder concerten te zien als directe evangelisatie. Praktische uitdagingen zijn er ook: de reistijd tussen Borne en Haarlem is groot, waardoor hij voorlopig meerdere dagen per week in een gastenkamer van het nabijgelegen klooster verblijft en op termijn woonruimte in Haarlem wil zoeken. Recent vervulde hij een jongensdroom door in 2025 in de Notre‑Dame te concerteren; verder is hij tevreden en dankbaar met zijn positie.