Maarten Loonen doet klimaatonderzoek op Spitsbergen tussen de ijsberen 

maandag, 29 december 2026 (20:52) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Maarten Loonen, onderzoeker op Spitsbergen, begint zijn dag met goed om zich heen kijken: steeds vaker treffen bewoners er ijsberen aan. Het eiland verandert snel door opwarming: gletsjers die ooit tot aan het dorp kwamen trekken nu gemiddeld 300 meter per jaar terug — op sommige plekken zelfs 750 meter in één jaar — en sinds 2007 vriest het fjord niet meer volledig dicht. Dat heeft grote lokale effecten: waar vroeger een ijsdek warmte en waterdamp tegenhield, gaat nu meer waterdamp de lucht in (een krachtig opwarmend gas dat in klimaatmodellen vaak niet volledig wordt meegenomen) en neemt het albedo-effect af, waardoor het gebied nog meer warmte absorbeert. Sneeuw smelt nu ongeveer drie weken eerder en ganzen beginnen twee weken eerder met broeden; Loonen reist daarom zelf twee à drie weken eerder naar Spitsbergen om veranderingen te meten.

Loonen begon met onconventionele veldmetingen, zoals het monitoren van insecten omdat lokale bewoners meldden dat er muggen verschenen waar die vroeger ontbraken. Met eenvoudige vallen (zeepoplossing in een bakje met net erover) en AI-gestuurde determinatie van gevangen insecten blijkt Spitsbergen geen steekmuggen te hebben gehad; vooral dansmuggen en forse bodenvliegen worden aangetroffen. Verrassend is dat soorten- en aantaltoenames door opwarming op veel plekken tegenvallen. Een belangrijke reden is het zogenaamde icing-effect: periodes van dooi gevolgd door herbevriezing leggen een ijskorst over voedselbronnen. De eerste grote icing in 1994 doodde de helft van de rendieren omdat ze hun korstmossen niet konden bereiken; dat veroorzaakte vervolgens een kettingreactie in de voedselketen (veel vossen en meer predatie op ganzennesten in 1995). Hoewel winters gemiddeld twee maanden korter zijn geworden, komt icing vaker voor en heeft het blijvende gevolgen — onder andere omdat herintroductie en begrazing van rendieren de korstmossen blijvend hebben verminderd.

De geografische isolatie van Spitsbergen beperkt daarnaast de komst van vele warmteminnende soorten: de afstand van duizenden kilometers over open zee vormt voor veel insecten en andere kleine dieren een barrière. Wel worden sommige nieuwkomers opgemerkt, vooral planten met drijvend zaad die zich via zee verspreiden. Op land gebruikt Loonen tientallen camera’s met AI om vogels te tellen en soorten te herkennen; uitwerpselen van zeevogels worden door DNA-analyse ontleed om dieetveranderingen vast te stellen. Deze laten zien dat de zeewerelden sneller veranderen dan het land — een proces dat mariene biologen ‘atlantificatie’ noemen: Atlantische invloeden nemen toe en Arctische invloeden af, met snelle verschuivingen in de soortensamenstelling in het water.

Een zichtbaar gevolg van zee-ijsverlies is de toename van ijsberen op en rond Spitsbergen. Loonen merkt dat het aantal waarnemingen sinds 2000 is gestegen: van de ongeveer 60 dagen die hij per seizoen ter plaatse is, ziet hij nu op zo’n 27 dagen een beer. Beren komen aan land vanwege de beschikbaarheid van zeehonden en beginnen ook ganzen- en eierpredatie; in 2022 zijn bijvoorbeeld bijna alle eiernesten opgegeten. IJsberen passen zich aan door andere voedselbronnen te gebruiken, maar dat gaat niet altijd goed: het eierendieet veroorzaakte aanvankelijk maag- en darmproblemen bij de dieren. Jonge beren leren normaal gesproken noordwaarts te zwemmen naar ijsranden, maar doordat het zee-ijs zich snel terugtrekt raken soms jongen gedesoriënteerd en keren terug naar bewoonde gebieden.

De toegenomen nabijheid van beren heeft geleid tot meer gevaarlijke confrontaties. Statistieken geven aan dat jaarlijks ongeveer drie beren worden gedood nadat ze mensen aanvielen en dat ongeveer eens in de drie jaar iemand bij een ijsberenongeluk om het leven komt. Beren kunnen nauwelijks nog worden afgeschrikt door knallichten en sommige lopen recht door knallen heen. Regels zijn aangescherpt: niemand mag zonder team het dorp uit, er moet altijd iemand meegaan die wapen en knalpistool draagt maar niet aan onderzoek deelneemt, en bij een beer binnen 30 meter geldt het advies te doden in plaats van te verdoven (verdoving duurt te lang). Loonen beschrijft meerdere incidenten — van een bijna-aanval in Canada tot een zomerscenario waarbij geschreeuw een moederbeer met jongen deed vertrekken — en benadrukt dat de veiligheid van medewerkers absolute prioriteit heeft; een ernstig ongeluk zou voor hem het moment zijn om onderzoek te staken.

Samengevat toont Loonen’s observatieonderzoek hoe klimaatverandering op Spitsbergen niet alleen het landschap verandert (gletsjers, zee-ijs) maar ook complexe, onverwachte ecologische kettingreacties veroorzaakt: minder insecten door icing, blijvende effecten op rendierpopulaties, snelle mariene verschuivingen door atlantificatie en meer menselijke confrontaties met ijsberen. Zijn aanpak — eenvoudige vangmethodes, camera’s en AI, en DNA‑analyse van uitwerpselen — levert fijnmazige data waarmee deze lokale maar verregaande veranderingen inzichtelijk worden gemaakt.