Maarten Asscher maakt zowel het leven als de dood licht verteerbaar
In dit artikel:
Na de onverwachte dood van zijn vriend Bart Nanninga bezoekt de auteur diens begrafenis, waar Barts weduwe een passage uit Maarten Asschers boek Elke dag aanhaalt. Die verwijzing gaat naar Elias Canetti’s De tijdelijken, waarin personages nummers dragen die hun sterfleeftijd aangeven — een soort vooraf bepaald lot dat mensen zou kunnen aansporen hun plannen eerder te verwezenlijken. De schrijver vertelt dat hij Barts „nummer” in gedachte liever van 65 naar 90 had veranderd, omdat Bart een energieke arts met nog veel plannen was.
Thuis leest de verteller Asschers boek voor de tweede keer en ervaart nu pas diepgaand wat sterven betekent. In Elke dag beschrijft Asscher op erudiete, lichte toon zijn reflecties als ernstig zieke kankerpatiënt: hoe zijn kijk op leven en vergankelijkheid verandert naarmate zijn lichamelijke achteruitgang vordert. Zijn filosofische bespiegelingen en literaire citaten — van onder anderen Giorgio Bassani en gedichten als Paul Valéry’s Le Cimetière marin — geven de dood een verrassend minder beangstigend, bijna troostrijk perspectief.
De combinatie van humor, eruditie en eerlijke observatie maakt het boek voor de verteller tot een middel om te verzoenen met verlies en eigen sterfelijkheid. Door Asschers voorbeelden en herinneringen aan overledenen uit zijn eigen omgeving wordt sterven gepresenteerd als onontkoombaar maar ook als bron van nieuw begrip voor het leven — een inzicht dat de schrijver na Barts overlijden intens beleeft.