Maakt Donald Pols kans van slagen bij Tata Steel? 'Actievoeren alleen is niet genoeg'
In dit artikel:
Donald Pols, jarenlang het gezicht van Milieudefensie, stapt over naar Tata Steel en wordt directeur duurzaamheid bij de grootste CO2‑uitstoter van Nederland. De transfer komt als een schok voor collega‑activisten: bij Milieudefensie en Greenpeace reageren velen verbaasd en sceptisch over de keuze van iemand die juist die staalfabriek jarenlang bekritiseerde. Een Greenpeace‑expert noemde het zelfs als een late, slechte 1 aprilgrap.
De stap is politiek en symbolisch beladen. Tata Steel in IJmuiden is verantwoordelijk voor ongeveer 8 procent van de Nederlandse broeikasgasuitstoot en veroorzaakt ook al decennia lokale overlast door stikstof, stank en roet; dorpen als Wijk aan Zee hebben daar flink onder te lijden. Tegelijkertijd ligt er een cruciale keuze bij het kabinet: vóór 1 oktober moet worden beslist of er ongeveer 2 miljard euro subsidie naar de vergroening van de staalproductie gaat. Pols’ vertrek naar Tata valt dus op een moment dat de toekomst van de fabriek op het spel staat.
Pols presenteert zijn missie als dwarsdoorsnede van beleid en praktijk: hij wil de direct meest schadelijke vervuiling in de IJmond aanpakken, de afhankelijkheid van kolen en gas beëindigen en het Groen Staal Project tot echte duurzame staalproductie maken. Hij ziet Tata als dé plek waar politiek, vakbonden, industrie en milieuorganisaties aan één tafel gezet kunnen worden om de industriële transitie vorm te geven.
Niet iedereen gelooft echter dat die interne koers zal slagen. Lokale stikstof‑activist Johan Vollenbroek twijfelt of de Indiase eigenaren zullen luisteren, terwijl advocaat Bénédicte Ficq de overstap scherp veroordeelt. Ficq, die vijf jaar geleden een strafrechtelijk rapport tegen Tata nam namens omwonenden en daarmee een lopend OM‑onderzoek initieerde, noemt Pols’ keuze ongeloofwaardig en ziet een risico op schending van integriteit en verlies van geloofwaardigheid naar buiten toe. Greenpeace eist dat de meest schadelijke onderdelen onmiddellijk gesloten worden; anders noemen zij verdere inspanningen greenwashing.
Tegelijk wijzen anderen op precedenten van activisten die vanuit beleids‑ of bedrijfsrollen verandering realiseerden. Voormalige milieuactivisten wisten bij eerdere overstappen soms invloed te verwerven op transitieprocessen. De vraag is nu of Pols als ‘insider’ inderdaad voldoende macht en steun krijgt binnen Tata en bij de eigenaren om de oudste, meest vervuilende cokesfabrieken te stoppen en zo daadwerkelijk een omslag te forceren.