Maaien? Voor de biodiversiteit

maandag, 25 mei 2026 (07:05) - NatureToday.nl

In dit artikel:

Een grote maaicombinatie door een bloemrijk grasveld wekt vaak de indruk van verspilling, maar maaien is juist een belangrijk instrument om biodiversiteit te behouden en te vergroten. In bloemrijke graslanden groeien vaak 15–40 plantensoorten (margriet, rolklaver, knoopkruid, smalle weegbree, fluitekruid e.a.), leven tientallen bestuivers (wilde bijen, hommels, zweefvliegen, dagvlinders) en honderden ongewervelden in de bodem. Ook vogels, kleine zoogdieren en hun predatoren profiteren van die rijke structuur; een gevarieerd grasland kan qua biodiversiteit niet onderdoen voor bos.

Nederlandse graslanden zijn zeer divers en ontstaan door eeuwenlang beheer via maaien of begrazing; zonder beheer vergrassen en verruigt het terrein uiteindelijk naar bos. Staatsbosbeheer beheert ongeveer 52.000 ha grasland, variërend van veen-, klei- en zandgronden tot zeldzame types zoals kalkgrasland in Limburg (met soorten als grote muggenorchis) en duingrasland (met parnassia). Die lokale verschillen bepalen ook hoe en wanneer er gemaaid wordt.

Verschillende partijen maaien om uiteenlopende redenen: boeren voor hooi en kuilvoer, waterschappen om dijken begaanbaar en stevig te houden, gemeenten voor verkeersveiligheid en recreatie-instanties voor speelweiden. Natuurbeheerders maaien vooral om biodiversiteit te bevorderen. Maaien houdt gebieden open en, cruciaal, helpt de bodem voedselarmer te maken: door maaisel af te voeren verminderen stikstof en andere voedingsstoffen, waardoor diversiteit aan kruiden en bloemen kan terugkeren; op voedselrijke grond domineren snelgroeiende grassoorten en nemen soorten af.

Tegelijk kent maaien nadelen. Massaal en synchroon maaien — tegenwoordig vaak uit efficiëntie-overwegingen — leidt tot enorme sterfte onder insecten en beschadiging van bodem en planten door zware machines. Daarom passen natuurbeheerders meer verfijnde methodes toe: het uitstellen of gefaseerd maaien, faunastroken als veilige zones voor vlinderrupsen en andere dieren, let op maaihoogte (hoger dan circa 10 cm spaart veel kleine bodem- en grondgebonden insecten), en kiezen voor warmere momenten op de dag zodat dieren sneller wegvluchten. Ook het weghalen van maaisel is belangrijk om de bodemarmte te behouden.

Wat kun je zelf doen? Met een klein grasveldje kun je al verschil maken: laat delen van het gazon langer doorgroeien of in fasen maaien, maak een bloemenstrook, maai hoger, verwijder maaisel waar mogelijk en beperk chemische bestrijding. Nederland heeft ruim 8 miljoen tuinen; als veel mensen hun maaigedrag aanpassen, heeft dat een merkbaar positief effect op insecten en vogels. Met slim, bewust en plaatsgebonden maaibeheer worden maaibeurten niet langer als paradox van biodiversiteit gezien, maar als instrument om die biodiversiteit te herstellen en te beschermen.