Luchthaven Tel Aviv is deels een militair vliegveld
In dit artikel:
De luchthaven van Tel Aviv (Ben Gurion) functioneert deels als militaire uitvalsbasis omdat tientallen Amerikaanse militaire vliegtuigen er zijn gestationeerd. Vooral veertien grote tankerstofvliegtuigen staan vrijwel permanent op Ben Gurion; in twee Negev‑bases staan nog tientallen andere toestellen. De inzet hangt samen met de confrontatie met Iran: de VS houden logistieke en tankcapaciteit dichtbij om bij een eventuele hervatting van de strijd snel operatiekracht te kunnen inzetten.
Die militaire aanwezigheid slokt schaarse civiele ruimte op. Parkeerplaatsen voor lijnvliegtuigen – met name nachtlocaties – zijn drastisch verminderd; de Israëlische maatschappij Israir kan bijvoorbeeld nog maar vier van de zeventien gebruikelijke plekken benutten. Daardoor moeten burgermaatschappijen toestellen in het buitenland laten ‘overnachten’, wat extra kosten veroorzaakt en leidt tot stijgende ticketprijzen voor reizigers. Met het zomerreisseizoen in aantocht maakt Shmuel Zakai, directeur‑generaal van de Israëlische Burgerluchtvaartautoriteit, zich grote zorgen. In een brief aan minister van Verkeer Miri Regev waarschuwt hij dat Ben Gurion is veranderd in een „hybride luchthaven” voor militair en civiel gebruik en vraagt hij de Amerikaanse vliegtuigen naar andere militaire basissen te verplaatsen.
Veel Europese maatschappijen houden hun vluchten naar Israël voorlopig nog opgeschort; Amerikaanse vluchten worden naar verwachting niet voor september volledig hervat. Een definitief einde van de oorlogsdreiging met Iran zou volgens betrokkenen veel van deze knelpunten tegelijk oplossen.