Lucas Rosa over zijn weg naar Ajax: 'Ik zei: ik wil niet weg, geef me één kans'

zaterdag, 2 mei 2026 (08:17) - Het Parool

In dit artikel:

Lucas Rosa (26) is uitgegroeid tot een vaste waarde bij Ajax, maar zijn verhaal strekt zich over drie landen en een mix van familie-invloed, doorzettingsvermogen en internationale leermomenten. Opgegroeid in Taubaté (Brazilië) in een familie van kinderartsen — zijn vader en opa runnen samen een kinderkliniek en zijn vader werkt bovendien in het ziekenhuis als endocrinoloog — nam Lucas van huis uit het belang van hulp en aandacht mee. Die betrokkenheid vertaalt zich nu in zijn maatschappelijke werk: hij is ambassadeur van de Johan Cruyff Foundation via Common Goal, schenkt jaarlijks zijn schoenen en geeft altijd tijd voor kinderen die om handtekeningen vragen.

Taal en voorbereiding speelden een belangrijke rol in zijn carrière. Zijn moeder spoorde hem aan vroeg Engels te leren; die investering kwam van pas in Europa, waar hij via Juventus zijn taalvaardigheid verder ontwikkelde. Bij Juventus doorliep hij het tweede elftal en trainde hij regelmatig met wereldspelers. Die periode was cruciaal voor zijn ontwikkeling als verdediger: hij leerde positie kiezen, één-tegen-één-duels winnen en lichaam gebruiken — tips die onder meer van Giorgio Chiellini kwamen. Een anekdote uit die tijd is dat hij Cristiano Ronaldo moest verdedigen in een oefenwedstrijd op Villar Perosa; Ronaldo moedigde hem in het Portugees aan tijdens trainingen.

Na Juventus zocht Lucas speelminuten en vertrok naar Real Valladolid, de club waar de Braziliaanse legende Ronaldo mede-eigenaar was. De start daar was lastig — hij zat aanvankelijk vaak bij het tweede team — maar blessures bij collega-backs openden uiteindelijk zijn kans. Hij maakte zijn La Liga-debuut thuis, kreeg aansluitend een reeks wedstrijden (twaalf op rij) en moest het opnemen tegen toppers als Lamine Yamal, Mbappé, Griezmann en vooral Rodrygo, die hem in zijn eerste seizoen bijzonder veel moeite kostte. Trainer Paulo André beloonde zijn doorzettingsvermogen en sprak later lof over zijn prestatie na die doorbraak.

Lucas heeft ook een Italiaans paspoort (betovergrootvader Italiaans) en spreekt naast Portugees vloeiend Italiaans, Spaans en Engels; Nederlands beheerst hij nog niet en verwacht hij moeilijk onder de knie te krijgen. Zijn professionele houding is duidelijk: hij geeft nooit op en houdt vertrouwen, ook als hij tijdelijk op de bank zit. Bij Ajax, waar hij inmiddels vaste waarde is, geldt dat onder Óscar García hij al zijn wedstrijden speelt — García is zijn vierde trainer bij de club — en Lucas hoopt die continuïteit vast te houden zonder in paniek te raken als het even minder gaat.

Kortom: Lucas combineert het verzorgende voorbeeld van zijn familie met de rauwe praktijk van Europees topvoetbal. Zijn ontwikkeling door jeugd en reserveteams, de lessen van routiniers in Turijn, de harde proef in Spanje en de huidige status bij Ajax illustreren een carrière die op wilskracht, leergierigheid en maatschappelijke betrokkenheid rust.