Luca Unbehaun was de absolute nummer 1 van FC Emmen. Verder zesjescultuur in een ondermaats seizoen

donderdag, 28 mei 2026 (22:13) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

FC Emmen’s Duitser onder de lat, Luca Unbehaun, was dit seizoen veruit de best beoordeelde speler in de DVHN Op Rapport-lijstjes. Ondanks dat het team 72 doelpunten incasseerde, was Unbehaun de enige speler met een gemiddeld cijfer boven de 7; in 35 beoordelingen pakte hij dertien keer een 8 of hoger en hij kreeg zelfs een 9 voor zijn reddingen tegen Jong Ajax. Supporters verkozen hem ook tot Speler van ’t Jaor. Deze week bleek echter dat Emmen een nieuw, verbeterd contractaanbod voor hem heeft ingetrokken, waardoor zijn vertrek bijna zeker lijkt en de club op zoek moet naar een andere keeper.

Slechts zeven selectiespelers voldeden aan de DVHN-criteria van meer dan twee derde van de wedstrijden spelen — een gevolg van veel wisselende opstellingen, winterse transfers en een volle ziekenboeg. Spelers die net onder die grens vielen, presteerden wisselend: Freddy Quispel, Gijs Bolk, Alaa Bakir en Pascal Mulder noteerden allen gemiddelden rond de 6 (Mulder vertrok in de winter naar Den Haag en valt hierdoor buiten de belangrijkste lijst).

Aanvallend kreeg topscorer Postema veel lof in het land, maar in de DVHN-beoordelingen hield hij het net niet consequent hoog genoeg: een hattrick tegen Helmond Sport leverde een 9 op, maar ook mindere optredens — zoals een 4 tegen Jong Utrecht — drukten zijn gemiddelde. Een andere opvallende naam is Nunumete, die met slimme passes en sterke afrondingen tegen VVV en De Graafschap aan het eind van het seizoen zijn cijfers opkrikte; privégeluk met de geboorte van zijn tweede kind steekt zijn rapportcijfers in perspectief.

In de verdediging begon de jonge Deen Christian Østergaard veelbelovend en verzamelde hij aanvankelijk reeksjes zevens en achten. Tijdens de winterstop stokte die ontwikkeling: de komst van een concurrent op zijn positie en het wegvallen van zelfvertrouwen leidden tot meerdere lage cijfers. Het seizoen laat daarmee een taak voor de technische staf zien: herstel van het mentale en sportieve niveau van jonge talenten.

De rapportcijfers werden na elke wedstrijd uitgedeeld door clubwatchers Riepko Buikema en Pim Siegers aan spelers die meer dan 20 minuten speelden. Al met al toont de balans een ploeg die individueel enkele lichtpunten kende — vooral in de doelmond — maar collectief worstelde, met veel personele onrust en grote verschillen tussen uitschieters en zwakke dagen.