Losgekoppeld van jezelf en de wereld: DPDR is een ingrijpende psychische stoornis die nauwelijks wordt herkend
In dit artikel:
Ik raak na een heftige bad trip met een spacecake langdurig vervreemd van mezelf en de wereld: handen voelen niet als van mij, geluiden en beelden lijken onwerkelijk. Tijdens het eerste intakegesprek bij de GGZ stuiten die klachten op onbegrip; een van de hulpverleners zegt letterlijk: “Eerlijk gezegd zijn wij niet bekend met die term.” Pas na veel zelfonderzoek en het vinden van betrouwbare online uitleg komt de naam boven: depersonalisatie-derealisatiestoornis (DPDR).
DPDR omvat twee verwante verschijnselen: depersonalisatie (het gevoel los te staan van je eigen lichaam of gedachten) en derealisatie (de wereld lijkt nep of als door een scherm). Veel mensen maken ooit kortdurende dissociatieve ervaringen mee; alleen wanneer die aanhouden en het dagelijks leven belemmeren is er sprake van de stoornis. Naar schatting 1–2 procent van de bevolking heeft DPDR — ongeveer evenveel als bij bipolaire stoornis of autisme — maar de aandoening wordt in de praktijk zelden herkend en vaak verkeerd gediagnosticeerd als depressie, burn‑out, ADHD of angststoornis.
Verschillende oorzaken kunnen DPDR uitlokken: stress, slecht slapen, (jeugd)trauma’s en drugsgebruik. Jongeren lijken extra kwetsbaar, zeker na gebruik van cannabis; in gespecialiseerde praktijkervaringen is wiet bij een groot deel van de cliënten een duidelijke trigger. Onderzoek van Trimbos laat zien dat 2–4 procent van mensen die drugs gebruiken DPDR-klachten krijgt. Therapeuten als Ben Meijer (die wekelijks meerdere patiënten met DPDR ziet) en verslavingsarts Gerard Alderliefste (initiator van het Landelijk Medisch Spreekuur Partydrugs, LMSP) benadrukken dat veel gevallen ontstaan na recreatief middelengebruik, met name bij tieners en twintigers. Het LMSP behandelde vorig jaar 248 mensen met DPDR-gerelateerde vragen — en dat zijn alleen de mensen die het spreekuur weten te vinden.
Mensen met DPDR zoeken vaak steun op fora (Reddit, Discord), maar die platforms zitten vol paniekverhalen en soms misinformatie, wat de angst vaak verergert. Omdat veel huisartsen en ggz-professionals weinig tot geen ervaring hebben met DPDR — volgens therapeuten is ongeveer de helft van de beroepsgroep onvoldoende bekend met de stoornis — duurt de juiste herkenning en behandeling vaak lang. In opleidingen wordt DPDR meestal alleen kort genoemd binnen trauma/PTSS‑lesstof, wat onvoldoende blijkt om hulpverleners alert te maken.
Er is geen universeel bewezen behandelingstraject voor DPDR, maar gespecialiseerde hulp kan wel verlichting bieden. De auteur van het artikel doorloopt EMDR en merkt na maandenlang geleidelijke verbetering: minder brain fog, momenten van helderheid en een toegenomen vermogen om te genieten van alledaagse dingen. Behandelaars als Meijer en Alderliefste pleiten voor meer kennisdeling binnen de ggz, betere voorlichting voor jongeren over de risico’s van drugs (ook van ‘onschuldig’ lijkende spacecake) en laagdrempelige, deskundige spreekuren zoals het LMSP.
Kortom: DPDR is een relatief veelvoorkomende maar onderkende stoornis die vooral jongeren na drugsgebruik treft en vaak op onbegrip botst. Snellere herkenning, betere scholing van zorgprofessionals en betaalbare gespecialiseerde hulp kunnen voorkomen dat mensen jarenlang met onbegrip en angst blijven rondlopen — en vergroten de kans op herstel.