Loog Jaap van Dissel onder ede? 'Het klopt niet wat hij zei'

zaterdag, 6 juni 2026 (12:13) - NineForNews.nl

In dit artikel:

Oud-RIVM-directeur Jaap van Dissel heeft tijdens de lopende parlementaire coronaverhoren opnieuw betoogd dat het RIVM een onafhankelijke positie heeft, maar die bewering stuit op stevige tegenwerpingen van mensen die de bestuurspraktijk kennen. Voormalig secretaris-generaal van VWS Roel Bekker heeft eerder publiek en in een hoorzitting uitgelegd dat het RIVM organisatorisch onder het ministerie valt en dat medewerkers ambtenaren van VWS zijn; de wet noemt het instituut niet onafhankelijk, alleen dat ministers geen aanwijzingen mogen geven over de methode van onderzoek.

Columnist Marianne Zwagerman en onderzoeker Maurice de Hond wezen Van Dissel direct op die tegenstrijdigheid; ook voormalig Eerste Kamerlid Henk Otten reageerde scherp op X en noemde de onafhankelijkheidsclaim "totale lariekoek". Bekker vertelde bovendien dat hij een eerdere RIVM-topman na een "ernstig gesprek" corrigeerde: de positie bleek ambtelijk, niet zelfstandig.

Critici vinden dat de enquĂȘtecommissie Van Dissels verklaringen weinig kritisch behandelde en niet hard genoeg doorvroeg over de discrepantie met eerdere uitspraken van hoger geplaatsten. Dat wordt gezien als een gemiste kans omdat de commissie juist is ingesteld om zulke onduidelijkheden en tegenstrijdigheden bloot te leggen.

Tijdens de coronacrisis trad het RIVM nauw op met VWS, en volgens tegenstanders werkte de bewering van volledige onafhankelijkheid destijds als schild tegen kritische vragen. Het recente verhoor bevestigt volgens de schrijvers een breder patroon waarbij bestuurders en wetenschappers hun rol minimaliseren door narratieven te construeren die hun onafhankelijkheid benadrukken.

Belangrijk is de politieke en bestuurlijke consequentie: institutionele onafhankelijkheid bepaalt waar verantwoordelijkheid en toezicht liggen. Als het RIVM feitelijk deel is van VWS, heeft dat gevolgen voor transparantie, aansprakelijkheid en het vermogen van parlement en publiek om beleid en advies kritisch te beoordelen. De discussie draait niet alleen om feiten, maar om de vraag of de parlementaire controle krachtig genoeg is om die feiten boven tafel te krijgen.