Lokaal meer ringslangen door broeihopen: 'Dit vergroot hun huwelijksmarkt'
In dit artikel:
Ringslangen, een wettelijk beschermde maar nog steeds kwetsbare Nederlandse soort, krijgen hulp bij voortplanting via door mensen aangelegde broeihopen. Natuurbeschermers en gemeenten (onder wie RAVON, Landschap Overijssel en de gemeente Amsterdam) plaatsen hopen van mest, bladeren en takken op plekken langs water. Die hopen zorgen voor de warmte die nodig is om ringslangen-eieren uit te broeden; van alle Nederlandse slangen is de ringslang de enige die eieren legt.
De maatregel komt voort uit het verdwijnen van traditionele legplaatsen: vroeger gebruikten de slangen mesthopen op boerderijen, maar die raken steeds zeldzamer of ongeschikt. In Salland (Overijssel) worden broeihopen ook ingezet om leefgebieden te verbinden, waardoor uitwisseling tussen populaties toeneemt en inteelt afneemt. Jonge slangen kruipen na circa zes tot tien weken uit het ei, dus de eerste jongen zijn vanaf begin juli zichtbaar.
Broeihopen worden vooral in Oost-Nederland aangelegd, maar ook in de Randstad neemt het aantal plekken toe; in het Amsterdamse Bos zijn dit voorjaar ongeveer twintig nieuwe hopen geplaatst. Die investering lijkt effect te hebben: afgelopen najaar telde Amsterdam een recordaantal van 3.250 eieren, tegen zo’n tweeduizend in voorgaande jaren. Ringslangen zijn ongevaarlijk voor mensen, erg schuw en kunnen bij gevaar doodspel doen. Volgens experts zijn ze moeilijk exact te tellen, maar lokaal worden meer waarnemingen gerapporteerd, wat op kleine hersteltrends kan duiden.