Lokaal beleid rondom bewegen en dementie
In dit artikel:
Nu het aantal thuiswonende senioren toeneemt, groeit ook het aantal mensen dat met dementie thuis leeft. Volgens de prognoses stijgt deze groep tussen 2026 en 2040 van ongeveer 320.000 naar ruim 500.000 mensen. Daardoor wordt de behoefte aan dagactiviteiten, mantelzorgondersteuning en passend beweegaanbod steeds groter, maar gemeenten besteden daar niet overal evenveel aandacht aan.
Bewegen is voor mensen met dementie extra belangrijk. Onderzoek laat zien dat zij gemiddeld minder actief zijn dan leeftijdsgenoten zonder dementie, vooral bij intensievere inspanning. Tegelijk kan bewegen helpen om klachten te vertragen, het denkvermogen en de lichamelijke conditie te ondersteunen, valrisico’s te verkleinen en de kwaliteit van leven te verbeteren. Omdat mensen met dementie twee keer zo vaak vallen als anderen van dezelfde leeftijd, is dat geen bijzaak maar een belangrijke gezondheidsvraag.
Het artikel benadrukt dat er niet alleen in de zorg, maar ook in de wijk en bij dagbesteding ruimte moet zijn voor beweging, bijvoorbeeld in buurthuizen, sportclubs of fitnesscentra. Daarvoor zijn wel kleinere groepen, duidelijke communicatie en begeleiders met kennis van dementie nodig. Gemeenten spelen hierin een sleutelrol, onder meer via het GALA, de Nationale Dementiestrategie en het AZWA. Die landelijke kaders zetten in op een dementievriendelijke samenleving waarin mensen met dementie zo lang mogelijk kunnen meedoen aan het dagelijkse leven.
Ook zijn er financiële kansen: via Sportakkoord II, de Brede SPUK, de Brede Regeling Combinatiefuncties en subsidies van ZonMw kunnen gemeenten en lokale organisaties beweeg- en ontmoetingsplekken opzetten of versterken. Alzheimer Nederland heeft bovendien een stappenplan ontwikkeld om gemeenten hierbij te helpen.
De Oranjezomer: Tom Coronel heilig overtuigd van toekomst Max Verstappen: 'Honderd procent!'