Linda (53) uit Haren zat als 3-jarig meisje in de gekaapte trein bij Wijster. 'Ze hadden hun wapens in sinterklaaspapier verpakt'

zaterdag, 29 november 2025 (08:42) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Op 2 december 1975 zat de driejarige Linda Koops uit Haren met haar moeder Jantje in een trein van Assen naar Beekbergen die bij Wijster door zeven Molukse jongemannen werd gekaapt. De trein stopte abrupt nadat aan de noodrem was getrokken; de mannen, afkomstig uit Bovensmilde, waren gewapend en wilden met de gijzeling aandacht vragen voor de benarde positie van Molukse gezinnen in Nederland. Duizenden Molukkers waren in 1951 naar Nederland gekomen, vaak onder slechte omstandigheden gehuisvest in kampen zoals Schattenberg (het voormalige Kamp Westerbork) en veel ex-KNIL-militairen werden langdurig werkloos en ontstemd over wat zij als verraad ervoeren.

Linda (op het moment van het interview 53) herinnert zich vooral hoe de wapens in Sinterklaaspapier leken en dat bivakmutsen de gezichten verhulden. Zij raakte niet getraumatiseerd; ze voelde zich veilig bij haar moederschap, en bewondert de moed waarmee Jantje de gijzelnemers toesprak. Na ongeveer een uur mochten moeder en dochter samen de trein verlaten — mede dankzij de woorden van Jantje: “Als u ooit zelf kinderen krijgt, zult u dat begrijpen.” Ze gingen met een zwangere Molukse vrouw mee; de rest van de kaping duurde tot 14 december en eiste drie levens.

De nasleep liet directe materiële schadevergoedingen uit: NS bood het paar een maandabonnement aan, dat ze nooit gebruikten. Wel werden Linda en haar moeder op 15 januari 1976 uitgenodigd op Paleis Soestdijk voor een ontmoeting met koningin Juliana, een moment dat breed in de kranten stond en later als bijzonder werd herinnerd. Thuis waren de oudere broers en zussen in spanning; zij hadden minder details en wisten niet meteen dat moeder en zusje na een uur alweer vrij waren.

Jaren later zocht Linda naar context en begrip. Ze verdiepte zich in de geschiedenis van de Molukkers en kon de woede en het gevoel van onrecht die de gijzelnemers dreven invoelen, ook al keurt ze niet alle maatregelen goed. Haar moeder onderhield contact met de Molukse vrouw die met hen werd vrijgelaten — ze bezocht bijvoorbeeld de doop van haar kind — wat in het gezin soms tot verwarring leidde, maar vooral liet zien dat zij niet in eenvoudige zwart-witcategorieën dacht. Jantje overleed in 1996; Linda houdt 2 december als jaarlijks moment van herinnering: “Het zit in ons DNA.”

Kortom: een persoonlijk relaas van een kinderblik op een nationaal incident dat situeert in bredere historische spanningen tussen een gepensioneerde KNIL-generatie, hun nakomelingen en de Nederlandse samenleving.