Liesveltbijbel verscheen vijf eeuwen geleden; was het „geen fraai geheel" of juist „gouden kleinood"?

donderdag, 30 april 2026 (19:52) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Op 6 september 1526 rolde in Antwerpen uit de werkplaats van uitgever-drukker Jacob van Liesvelt de eerste volledige Nederlandse Bijbel: de zogeheten Liesveltbijbel, officieel getiteld “Dat oude ende dat nieuwe testament”. Het was een mijlpaal in de Nederlandse Bijbelvertalingsgeschiedenis: voor het eerst was de hele Schrift in het Nederlands beschikbaar, met naast de 66 canonieke ook de deuterocanonieke boeken en 65 houtsneden als illustratie. Bijzonder is dat de tekst geen versnummers kent (alleen hoofdstukken) en dat de titelpagina zes Bijbelteksten toont die oproepen tot lezen en onderzoeken van de Schrift.

Over de auteurschap van de vertaling heerst nog steeds onduidelijkheid; de eerste uitgave verscheen zonder voorwoord of vermelding van methode en bron. Onderzoek wijst uit dat vertalingen van Luther (vooral het Nieuwe Testament) en diverse Zwitserse uitgaven, onder meer van Peter Kaetz, als basis dienden. Dat duidt erop dat de makers mogelijk behoorden tot een kring van Nederlandse humanisten met vroege reformatorische sympathieën; evenwel lijkt er weinig samenhangende redactie op de Oudtestamentische boeken te zijn toegepast, waardoor de 39 vertaalde boeken van het Oude Testament taalkundig en stilistisch ongelijksoortig overkomen.

Het drukken zelf was een omvangrijk, gefragmenteerd project: delen werden gelijktijdig op verschillende persen geproduceerd en door meerdere drukkers in elkaar gezet. Van Liesvelt bracht naast de complete editie van 1526 nog vijf complete Bijbels uit (1532, 1534, 1535, 1538, 1542) en twaalf betaalbare deeluitgaven. De boeken vonden volop gebruik: recent onderzoek toont dat Liesveltbijbels intensief als gebruiksvoorwerpen werden ingezet—als familiekroniek, dagboek of zelfs kladblok—en werden gelezen door zowel gereformeerden als doopsgezinden tot ver in de zeventiende eeuw, tot de Statenvertaling (1637) hun plaats innam.

Problemen ontstonden vooral bij latere edities: vanaf vooral 1542 werden kanttekeningen toegevoegd die duidend en soms expliciet reformatorisch van aard waren. Zulke annotaties en sommige prenten (bijvoorbeeld een afbeelding van de duivel in een monnikspij) wekten argwaan. Van Liesvelt werd meerdere keren voor het gerecht gedaagd; in 1536 ontsnapte hij aan veroordeling, maar in 1542 werd hij schuldig bevonden en op 28 november 1542 onthoofd. De precieze grond voor zijn executie blijft discutabel. Het feit dat hij niet op de brandstapel eindigde doet vermoeden dat de aanklacht primair civiel-rechtelijk was—zoals het etiketteren van boeken met het voorrechtsteken “Cum gratia et privilegio”—in plaats van uitsluitend godsdienstige ketterij.

Na zijn dood groeide Liesvelt uit tot een icoon voor protestantse sympathisanten; negentiende-eeuwse theologen noemden zijn lot een martelaarsdood. De Liesveltbijbel blijft historisch relevant als eerste complete Nederlandse Bijbelvertaling, als voorbeeld van vroege drukkerspraktijk en als bron voor de taal- en religiegeschiedenis van de Lage Landen.