Liegen over Sinterklaas: nee. Meegaan met het kind: ja | opinie
In dit artikel:
NRC‑reacties laten zien dat sommige ouders stoppen met de Sinterklaasmythe omdat ze niet willen “liegen” tegen hun kinderen. Ewald Vervaet, ontwikkelings‑ en leespsycholoog, betwist dat die keuze zo vanzelfsprekend is: liegen is niet simpelweg het achterhouden van informatie, maar vereist opzet en het nastreven van een eigen voordeel of het benadelen van de ander. Volgens hem past het meespelen in de Sinterklaastraditie doorgaans niet onder die definitie van liegen.
Vervaet legt uit dat de relevantie van de discussie pas goed zichtbaar wordt als je naar de psychologische ontwikkeling van kinderen kijkt. Kinderen doorlopen stadia waarin hun begrip van de werkelijkheid verandert: peuters leven in een magische wereld, kleuters bevinden zich in een overgangszone met veel sprookjeslogica, en rond gemiddeld 6,5 jaar verschuift het denken richting de volwassen, reële wereld. Empirisch onderzoek naar bijvoorbeeld handschriftontwikkeling illustreert dat wat volwassenen als “fout” zien bij jonge kinderen vaak een normale fase van “juist‑in‑wording” is — iets dat stap voor stap groeit naar de volwassen standaard.
In dat licht is het vertellen van het Sinterklaasverhaal aan peuters en kleuters niet primair bedrieglijk: het kind wordt niet tekortgedaan maar juist bevestigd in zijn of haar belevingswereld en krijgt bovendien tastbare voordelen zoals cadeaus en lekkernijen. Ouders die deelnemen aan de Sinterklaastraditie geven het kind dus zowel emotionele aansluiting als plezier, in plaats van zichzelf te verheerlijken of het kind te schaden.
Vervaet waarschuwt echter voor situaties waarin ouders blijven volhouden dat Sinterklaas écht is nadat het kind cognitief toe is aan een andere realiteit. Hij beschrijft een schrijnend voorbeeld van een meisje dat op negenjarige leeftijd nog door haar ouders werd voorgelogen; op school werd ze bespot, thuis heeft dat wantrouwen en langdurige wrok opgeleverd. In zulke gevallen is er wel degelijk sprake van paternalisme dat de ontwikkeling van het kind frustreert en vertrouwen schaadt — dat is liegen in de betekenis die hij hanteert en wat ouders moeten vermijden.
Praktische koers die uit Vervaets betoog volgt: meegaan met het Sinterklaasverhaal is pedagogisch verdedigbaar tijdens de magische en sprookjesfasen van de vroege kinderjaren omdat het aansluit bij de belevingswereld van kinderen. Zodra het kind echter tekenen van kritisch en realistisch denken vertoont (grofweg vanaf de onderbouw van de basisschool), moeten volwassenen overstappen naar eerlijke, ontwikkelingsconforme communicatie. Overdreven volharding in het mythische verhaal kan de relatie en het vertrouwen van het kind beschadigen.
Kort samengevat: het morele oordeel over Sinterklaas hangt af van leeftijd en intentie. Meespelen is geen moreel probleem zolang het het kind ondersteunt in zijn ontwikkelingsfase; volhardend ontkennen van de realiteit wanneer een kind daartoe in staat is, is wel problematisch en moet worden vermeden.