Liefde en voedsel voor de zomertortel

dinsdag, 1 september 2026 (15:17) - Vogelbescherming

In dit artikel:

De zomertortel is in Nederland sterk achteruitgegaan. Waar er in de jaren zeventig nog 35.000 tot 50.000 broedparen waren, zijn dat er nu naar schatting nog maar 600 tot 900. De kleine duif, herkenbaar aan haar zwart-wit gestreepte hals en zachte gekoer, heeft vooral te lijden onder het verdwijnen van onkruiden en kleinschalige landbouw. De zaden van die planten zijn belangrijk voedsel voor volwassen vogels en hun jongen.

Op Goeree-Overflakkee houdt zich nog een lokale populatie van ongeveer 25 broedparen staande. Vrijwilligers van de Natuur- & Landschapsbescherming Goeree-Overflakkee (NLGO) proberen die te helpen, met steun van Vogelbescherming. De organisatie voert op zes plekken bij, legt voedselvelden aan en overlegt met terreinbeheerders over herstel van geschikt leefgebied. Het bijvoeren is bedoeld als tijdelijke noodmaatregel, onder meer om teruggekeerde vogels na hun lange trektocht naar de Sahel aan voedsel te helpen. De vrijwilligers doseren het voer zorgvuldig om verspreiding van de ziekte het geel te voorkomen. Wildcamera’s laten zien dat de tortels de voerplekken steeds sneller weten te vinden.

De soort heeft ook buiten Nederland grote problemen. Zomertortels trekken jaarlijks tussen Europa en de Sahel en worden onderweg geconfronteerd met jacht, ontbossing en droogte. De Europese Commissie stelde eerder een moratorium op de jacht in Zuid-Europese landen in. Dat leidde in West-Europa tot enig herstel, maar vanaf 2025 mag er onder voorwaarden weer op de soort worden gejaagd, tot maximaal 1,5 procent van de populatie. NLGO-voorzitter Ken Kraaijeveld vreest dat de handhaving van dit quotum tekortschiet. In Nederland is de jacht op zomertortels niet toegestaan.

NLGO onderzocht bovendien welk natuurlijk voedsel de vogels op Goeree-Overflakkee gebruiken. Vrijwilliger en bio-informaticus Ken Kraaijeveld organiseerde DNA-onderzoek van 68 verzamelde uitwerpselen. Daaruit bleek dat de tortels in het voorjaar vooral zaden van winterpostelein eten en in de zomer veel zeewolfsmelk benutten. Die laatste plant is in Nederland schaars, maar groeit in de buitenste duinrand en levert vetrijke zaden die de vogels nodig hebben voor hun trek. Op basis van de resultaten beschermt de organisatie groeiplaatsen van zeewolfsmelk en is het voedselveld bij een lokale boer ingericht met stroken winterpostelein en kale grond, zodat de vogels de zaden kunnen bereiken.

De vrijwilligers blijven de maatregelen volgen met camera’s en passen het beheer aan wanneer dat nodig is. Structureel herstel van het leefgebied moet vooral komen van provincie en terreinbeheerders. Zuid-Holland koopt grond aan voor het Natuurnetwerk Nederland; bij de herinrichting daarvan krijgt de zomertortel nadrukkelijk aandacht. Kraaijeveld ziet het vrijwilligerswerk als een concrete manier om ondanks bredere zorgen over de natuur lokaal verschil te maken. NLGO zet zich daarnaast in voor onder meer kerkuilen, patrijzen, strandbroedvogels, vlinders en het behoud van oude zandwallen.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Strafrechtadvocaat Job Knoester reageert op beëindiging tbs van gezinsmoordenaar Richard H.