Lezersbrieven: Reformatie in Hongarije, asielbeleid, Gendergids

donderdag, 7 mei 2026 (23:07) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

In de rubriek Opgemerkt reageren lezers van het Reformatorisch Dagblad op eerder gepubliceerde artikelen en actuele thema’s. Vier ingezonden brieven tekenen uiteenlopende reacties bij elkaar.

C.L. Freeke uit Katwijk aan den Rijn prijst een eerder stuk over de herdenking van 500 jaar Reformatie in Hongarije (RD 23-4). Freeke wijst erop dat de rol van de Reformatie in Centraal- en Oost-Europa vaak onderbelicht blijft en benadrukt de betekenis van István Bocskai als voorvechter van godsdienstvrijheid. Ter illustratie noemt hij dat voor Bocskai een beeld is opgenomen in het internationale Reformatiemonument in Genève, een besluit dat in 1909 genomen werd ter gelegenheid van de vierhonderdste geboortedag van Calvijn; ook Willem van Oranje is daar vertegenwoordigd.

Adri Boogaard uit Middelburg reageert op een polemiek rond asielbeleid en op een discussie tussen Bart Jan Spruyt en Steef de Bruijn (onder meer naar aanleiding van RD-artikelen van 4 en 25 april). Boogaard hekelt wat hij ziet als onjuiste interpretaties en semantische spelletjes in Spruyts weerwoord: waar De Bruijn over “Jezus” schreef, reageerde Spruyt met het begrip “Christus”, en hij ontkent volgens Boogaard dat Spruyt aandacht had voor de tijd- en plaatsaanduidingen die De Bruijn gebruikte bij verwijzingen naar Paulus. Verder maakt Boogaard zich zorgen over de politieke strekking van Spruyts betoog: naar zijn indruk lijkt Spruyt sympathie te hebben voor wie massale immigratie wil tegenhouden en zelfs oproept tot burgerlijke ongehoorzaamheid tegen spreidingsbeleid voor asielzoekers. Hij roept op dat opinieleiders zich bewust moeten zijn van de maatschappelijke gevolgen van hun woorden en verwijst naar een eerder geplaatst opiniestuk over die verantwoordelijkheid.

Kees Jansen uit Hierden plaatst een historisch-sceptische kanttekening bij de bewering dat huidige asielwetgeving inadequaat zou zijn vanwege de uitzonderlijk grote migratiestromen van nu (reactie op dr. C.S.L. Janse, RD 25-4). Jansen benadrukt dat het Vluchtelingenverdrag van 1951 is voortgekomen uit enorme ontheemding na de Tweede Wereldoorlog en dat ook eerdere periodes – zoals de massale Europese emigratie tussen de 19e en vroege 20e eeuw – omvangrijke verplaatsingen kenden. Hij wijst erop dat migratiestromen in historisch en mondiaal perspectief niet per se uniek zijn en dat veel migratie binnen continenten plaatsvindt; verder wijst hij op negatieve effecten van grote migratiestromen in eerdere gastlanden.

Tot slot schrijft Arjan Slootweg uit Bennekom over de discussie rond de zogenoemde Gendergids en een interview met promovendus Tobias Cinjee (RD 7-4 en 21-4). Slootweg waardeert de poging om binnen reformatorische kringen zorgvuldig over gender en identiteit na te denken, maar keurt het gebruik van het woord “gendergekte” in een onlinekop af. Hij betoogt dat polariserende taal mensen binnen de eigen kring kan buitensluiten en het werk van docenten en begeleiders bemoeilijkt; hij pleit daarom voor koppen en woordkeuzes die recht doen aan zowel overtuiging als zorgvuldigheid.

Onderin herinnert de rubriek aan de inzendprocedure: lezersreacties mogen maximaal 250 woorden bevatten en kunnen gestuurd worden naar opinie@refdag.nl.