Lezers over reigers in Amsterdam: 'Hij was onverstoorbaar, minutenlang. Tot hij zijn achterste naar me toe draaide'

dinsdag, 12 mei 2026 (17:02) - Het Parool

In dit artikel:

Lezers van Het Parool reageerden massaal op het stuk van Caroline ten Kate over de ‘brutale’ blauwe reiger in Amsterdam en deelden persoonlijke verhalen die hetzelfde beeld bevestigen: de reigers zijn opmerkelijk weinig schuw en hebben zich in de stad genesteld.

Wat: Verschillende anekdotes laten zien dat blauwe reigers zich dichtbij mensen en in stadsniches ophouden — op platte daken, balkonranden, auto’s en zelfs vlak bij voordeuren. Meerdere lezers vertellen hoe reigers voedsel direct van mensen aannemen of dankzij weggegooide vis en brokjes gedogen dat mensen dichtbij komen. Een herinnering uit de jaren zeventig beschrijft hoe een man bij de Bosbaan stukjes kip in de lucht gooide en reigers die in volle vlucht vingen, een spektakel voor toeschouwers.

Wie en waar: Reacties komen uit uiteenlopende Amsterdamse wijken: Bosbaan, Boelegracht, NDSM/Tuindorp Oostzaan (Weegschaalhof), Rembrandtpark, Dappermarkt, Osdorp/Slotervaart. Eén bewoner meldt dat al twintig jaar gegarandeerd één reiger voor hetzelfde huis rondhangt en vermoedt dat die wordt gevoerd. Anderen herinneren zich vóórvallen uit de jaren 70 en 90, en recente ontmoetingen op balkon of straat.

Wanneer: De verhalen beslaan decennia — van observaties in 1974 en de jaren zeventig tot hedendaagse waarnemingen — en laten een langzame maar duidelijke verandering in gedrag en verspreiding zien.

Waarom: Lezers leggen de verandering vooral bij menselijke invloed en betere waterkwaliteit. Voeren door mensen en meer visrijke stedelijke wateren zouden reigers hebben aangemoedigd hun schuwheid te verliezen. Een correspondent koppelt dit aan vergelijkbare trends bij andere viseters: de fuut en later ook de aalscholver raakten minder schuw naarmate hun voedselbronnen in stedelijk water terugkeerden.

Breder perspectief: Enkele reacties zetten de blauwe reiger in een groter ecologisch kader. De grote zilverreiger wordt genoemd als potentiële nieuwkomer die stedelijk terrein kan gaan benutten; deze soort begon zich in West-Europa te verspreiden vanaf de jaren zeventig en overwintert inmiddels in Nederland, met al honderden in Amsterdam, en lokale broedgevallen in de regio (bijvoorbeeld Almere).

Kortom: Gezamenlijk schetsen de lezers een beeld van reigers die zich – mede door menselijk gedrag en ecologische verbeteringen – steeds meer thuis voelen in de stad, tot soms directe interactie met bewoners aan toe. Dit roept vragen op over dierenwelzijn, overleving van individuele vogels versus generaties, en over hoe stedelijke natuur zich verder zal ontwikkelen.