Levenslange celstraf in Nederland niet in strijd met Europese mensenrechten
In dit artikel:
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft unaniem geoordeeld dat de levenslange gevangenisstraf in Nederland niet in strijd is met artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (verbod op foltering en onmenselijke behandeling). De zaak was aangespannen door zeven levenslanggestrafte gevangenen in Nederland, onder wie de Drentse broers Marcos en Admilson R., Faig. B. uit Azerbeidzjan, Dino Soerel, Jesse R., 'Moppie' R. en George H. uit de Dominicaanse Republiek; hun straffen blijven daarmee van kracht.
Het hof vond dat er genoeg realistische mogelijkheden bestaan voor herziening of beëindiging van een levenslange straf in Nederland: gedetineerden weten welke stappen nodig zijn om voor vrijlating in aanmerking te komen. Beleidsmaatregelen die daaraan bijdragen zijn onder meer de 2016-regeling van voormalig staatssecretaris Dijkhoff dat toetsing vroegstens na 25 jaar kan plaatsvinden en de in 2017 ingestelde Adviescommissie Levenslanggestraften, die beoordeelt of iemand herbeoordeling of gratie verdient (al kan de minister het advies met gedegen motivering naast zich neerleggen).
In Nederland zaten afgelopen december 65 mensen levenslang vast wegens een levensdelict — een aantal dat de afgelopen tien jaar is toegenomen (van 33). De uitspraak sluit aan op eerdere aanpassingen na een EHRM-oordeel uit 2013, waarin werd benadrukt dat opsluiting zonder enig perspectief op vrijlating onmenselijk kan zijn.