Lerares van provinciale school in Assenede mag van rechtbank geen hoofddoek dragen op school
In dit artikel:
Een moslimvrouw die sinds september 2022 als leerkracht werkt op een provinciale basisschool voor buitengewoon onderwijs in Assenede mag van de rechtbank geen hoofddoek dragen tijdens haar werk. Kort nadat ze in dienst trad, kreeg ze van het provinciebestuur te horen dat personeelsleden van Provincie Oost‑Vlaanderen geen levensbeschouwelijke symbolen mogen tonen. Omdat ze toch bleef dragen, startte de provincie een tuchtprocedure; de lerares stapte daarop naar de rechtbank.
De burgerlijke rechtbank van Gent verklaarde haar vorderingen in kort geding ongegrond. De rechter oordeelde dat de regel — verankerd in de deontologische code van de provincie uit 2007 — voor alle personeelsleden geldt en dus geen ongerechtvaardigde discriminatie vormt. Volgens de rechtbank behoort wie kiest voor een loopbaan in het officieel gesubsidieerd onderwijs zich aan de geldende neutraliteitsregels te houden; het zichtbaar dragen van religieuze tekens kan de indruk wekken dat een leerkracht een bepaalde levensovertuiging aanhangt. Een tuchtprocedure tegen haar was daarom volgens het vonnis eveneens verdedigbaar.
De lerares mag haar hoofddoek niet op school dragen en moet bovendien de gerechtskosten van de provincie, ongeveer €2.000, vergoeden. De zaak illustreert de spanning tussen individuele godsdienstvrijheid en neutraliteitsvereisten in publiek gefinancierd onderwijs.